Bij etikettering auto alleen kijken naar 500 km.-grens

Of een ondernemer een auto tot het privé- of keuzevermogen mag/moet rekenen is volgens de rechter afhankelijk van het aantal zakelijke kilometers dat ermee wordt gereden. Als het aantal zakelijke kilometers boven de 500 uitkomt, is er sprake van keuzevermogen.

18 juli 2019 | Door redactie

Voor de etikettering van vermogen moet een ondernemer voor de inkomstenbelasting (IB) kiezen voor verplicht privévermogen als het vermogensbestanddeel voor minder dan 10% zakelijk (dus voor 90% of meer privé) wordt gebruikt.  De rechter in deze zaak heeft echter aangegeven dat de Hoge Raad in het arrest van 14 maart 2001 voor de afbakening tussen keuzevermogen en verplicht privé- of ondernemingsvermogen een uitzondering op de 90%-regel heeft willen maken voor auto’s.

Auto was keuzevermogen

In deze zaak ging het om een monteur van keukens. Hij had twee auto’s, een Volkswagen Crafter en een Toyota Prius op de zaak staan. De inspecteur legde hem navorderingsaanslagen voor de IB op omdat hij vond dat de Prius verplicht privévermogen was. De monteur was het hier niet mee eens. Hij vond dat de auto keuzevermogen was omdat hij voor zijn servicewerkzaamheden gebruikmaakte van de Prius.

Kijken naar het aantal kilometers

De rechter concludeerde ten eerste dat de auto door de monteur zakelijk was gebruikt. Daarna gaf hij aan dat er volgens jurisprudentie van de Hoge Raad, een besluit van de staatssecretaris en wat er is opgenomen in het Handboek voor ondernemers van de fiscus voor auto’s een uitzondering op de 90%-regel kan worden gemaakt. Bij auto's moest alleen nog worden gekeken naar het aantal kilometers. Daarbij lag de grens op het aantal kilometers dat iemand privé nog mocht rijden op 500 kilometer (dan volgt geen bijtelling!).
De monteur had 1.453 zakelijke kilometers met de Prius gereden. Hierdoor mocht hij op basis van de redenering van de rechter, de auto als keuzevermogen aanmerken. En in zijn aangifte had hij dus de auto tot zijn ondernemingsvermogen gerekend. De rechter gaf hem dus gelijk en de navorderingsaanslagen moesten van tafel.
Rechtbank Noord-Nederland, 9 juli 2019 (gepubliceerd 16 juli 2019), ECLI (verkort): 2939