Bijtelling auto van de zaak in een notendop

Als een werknemer een auto van de zaak tot zijn beschikking krijgt die de werknemer ook structureel privé gebruikt, moet de werkgever daarvoor een bedrag bij zijn loon tellen. Deze bijtelling privégebruik is niet altijd even hoog, maar hangt af van de waarde van de auto en de CO2-uitstoot.

19 juli 2016 | Door redactie

De bijtelling privégebruik voor een auto van de zaak is voor iedere auto anders. Het is namelijk een percentage van de cataloguswaarde van de auto. Dit bedrag (tool) wordt bij het belastbare loon van de werknemer geteld. De werkgever moet er dus loonheffingen over inhouden en afdragen. Hij mag de bijtelling niet aanwijzen als eindheffingsloon en dus ook niet onderbrengen in de vrije ruimte.

Percentage geldt voor vijf jaar

Hoe hoog het bijtellingspercentage (tool) is, is afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto en de datum van de eerste tenaamstelling. Door veranderende wet- en regelgeving kan de bijtelling anders zijn voor een auto met een eerste tenaamstelling in 2016 dan voor een auto met een eerste tenaamstelling in 2017. De CO2-uitstootgrenzen tot en met 2016 (tool) zijn namelijk anders dan die in 2017 tot en met 2020 (tool).

Onder de bijtelling uitkomen

Soms is de bijtelling privégebruik niet nodig (tool). Zo hoeft voor een werknemer die zijn auto van de zaak niet meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé gebruikt, geen bijtelling toegepast te worden. Hij moet dan kunnen bewijzen dat hij zijn auto van de zaak niet méér privé gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld door een rittenregistratie (tool) bij te houden. Ook is het mogelijk voor de werknemer om een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ bij de Belastingdienst aan te vragen, maar dan moet de werknemer nog altijd aan kunnen tonen dat hij minder dan 500 kilometer heeft gereden; een rittenregistratie is dan dus ook nog nodig.

In de rubriek 'In een notendop' zet Rendement een wet, regel of proces voor u uiteen. In deze editie: de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak.