Eigen bijdrage auto moet onvoorwaardelijk zijn

Betaalt een werknemer een eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto van de zaak, dan kunt u dat bedrag in mindering brengen op de bijtelling. Hiervoor is volgens de Hoge Raad wel vereist dat de eigen bijdrage onvoorwaardelijk verschuldigd is.

14 januari 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om een man die in 2006 en 2007 in dienst was van een holding-bv en voor zijn werkzaamheden een auto van de zaak kreeg. De man was in het bezit van een Verklaring geen privégebruik auto, zodat de bv geen rekening hoefde te houden met een bijtelling. Daarnaast was met de werknemer afgesproken dat hij een eigen bijdrage ter hoogte van de bijtelling betaalde als op een later moment mocht blijken dat er toch een bijtelling moest plaatsvinden. De werknemer bleek in 2006 en 2007 niet over de vereiste rittenadministratie te beschikken en dus legde de inspecteur een naheffingsaanslag op. De bv verrekende deze bijtelling in 2009 in rekening-courant en stelde dat de naheffing over 2006 en 2007 daardoor achterwege kon blijven.

In principe is eigen bijdrage aftrekbaar van de bijtelling

In het bericht ‘Verrekenen bijtelling moet in dezelfde periode’ kon u al lezen over de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het gerechtshof stelde daar dat de eigen bijdrage in principe aftrekbaar was als de verrekening in rekening-courant maar in dezelfde periode (dus 2006 en 2007) plaatsvond. Dat was hier niet het geval, dus kon de eigen bijdrage niet in mindering op de bijtelling komen. De Hoge Raad volgde de uitspraak van het gerechtshof. De man kon de eigen bijdrage voor 2006 en 2007 niet in mindering op de bijtelling brengen, omdat die betalingen in de loontijdvakken nog niet onvoorwaardelijk waren verschuldigd. De naheffingsaanslagen bleven dus in stand.
Hoge Raad, 9 januari 2015, ECLI (verkort): 31