Gedeeld eigendom leidt toch tot bijtelling

Een eigen bijdrage van een directeur-grootaandeelhouder (dga) voor een auto van de zaak die ook privé wordt gebruikt, leidt tot bijtelling. Het bedrag van de bijtelling moet wel verminderd worden met de hoogte van de eigen bijdrage. Dit blijkt uit een uitspraak van Gerechtshof Den Haag.

2 februari 2016 | Door redactie

In die zaak draaide het om een bv die samen met haar dga een auto kocht, waarbij de dga 25% van de aanschaf voor zijn rekening nam. De auto was dus voor een kwart eigendom van de dga. De bv en de dga hielden dezelfde verdeling aan voor de exploitatiekosten van de auto. De dga gebruikte de auto ook privé, maar de bv hield geen rekening met bijtelling. De bv was van mening dat, omdat de auto voor een kwart eigendom was van de dga, er geen sprake was van een terbeschikkingstelling. Volgens de bv maakte de dga voor het privégebruik (tool) gebruik van zijn privéeigendom. De inspecteur kon zich niet vinden in deze constructie en legde een naheffingsaanslag (tool) op voor de bijtelling.

Geen gedeeld eigendom voor auto van de zaak

De bv stapte naar de rechter en wees op het recht van de dga om als mede-eigenaar de auto voor privédoeleinden te gebruiken. De inspecteur stelde echter dat de dga de feitelijke en volledige beschikking (tool) had over de auto. Bovendien was de door de bv aangevoerde eigendomsverhouding fiscaal gezien niet relevant. Het gerechtshof was het met de inspecteur eens. Hoewel volgens het Hof vaststond dat de auto gedeeld eigendom was, had de bv haar gedeelte ook ter beschikking gesteld aan de dga. De bv nam immers het grootste deel van de kosten op zich, terwijl de dga vrijelijk kon beschikken over de auto. Er was ook geen overtuigende kilometerregistratie (tool) bijgehouden waaruit het privégebruik bleek.  De bv had dus inderdaad rekening moeten houden met de bijtelling. De eigen bijdrage (tool) van de dga mocht wel verrekend worden.
Gerechtshof Den Haag, 13 januari 2016, ECLI (verkort): 60