Gesteggel over BTW auto van de zaak naar volgende fase

De discussie over de BTW-correctie voor het privégebruik van een auto van de zaak kan een nieuwe fase in. De termijn waarbinnen ondernemers konden onderbouwen dat zij te veel BTW hebben betaald, is verlopen. Als de fiscus de onderbouwing voldoende vindt, kan de ondernemer binnen zes maanden een BTW-teruggave verwachten.

19 juli 2017 | Door redactie

De procedure draait om het nieuwe systeem voor het bepalen van de BTW-correctie (tool) voor het privégebruik van de auto van de zaak. Dat is sinds 1 juli 2011 van kracht. Steen des aanstoots is de forfaitaire regeling, waarbij er gerekend wordt met 2,7% van de catalogusprijs van de auto.

Twee miljoen bezwaren tegen BTW-correctie

Sinds de invoering van het systeem zijn er al twee miljoen bezwaren ingediend, onder meer van ondernemers die stellen dat de werkelijke kosten van het privégebruik veel lager liggen dan die 2,7%.
Al die grieven zijn eerder aangemerkt als massaal bezwaar, en vervolgens zijn er vier zaken voorgelegd aan de Hoge Raad. Die oordeelde dat ondernemers recht hebben op teruggave, als zij door het forfait meer BTW hebben betaald dan nodig was geweest over de (werkelijke) uitgaven die zijn toe te rekenen aan het privégebruik.

BTW-teruggave volgt voor eind november

Maar dan moet dus wel onderbouwd worden dat die kosten daadwerkelijk lager waren. Voor die onderbouwing hadden ondernemers tot 15 juli 2017 de tijd. Verenigingen van belastingadviseurs en accountants hadden nog om een langere termijn gevraagd, maar dat verzoek is afgewezen.
Teleurstellend, aldus het Register Belastingadviseurs, dat had gerekend op een ‘meer coöperatieve houding vanuit de Belastingdienst’. “Op deze wijze wordt feitelijk een groot deel van de ingediende bezwaarschriften naar de prullenbak verwezen.”
Demissionair staatssecretaris Wiebes heeft eerder in een brief (pdf) laten weten dat de Belastingdienst op basis van de motivering verder met het bezwaar aan de slag gaat. Een eventuele teruggave volgt dan binnen zes maanden na de uitspraak op bezwaar, ofwel voor eind november.