Later gemaakte rittenadministratie verworpen

Achteraf een kilometeradministratie construeren aan de hand van uw zakelijke agenda zal hoogstwaarschijnlijk verworpen worden door een rechter. Dit was het geval bij een dga die zo hoopte onder de naheffingsaanslag voor de bijtelling privégebruik van de auto van de zaak uit te komen.

12 augustus 2013 | Door redactie

Na een boekenonderzoek voor de jaren 2006 tot en met 2010 bleek een dga alleen een kilometeradministratie te hebben bijgehouden over 2009, terwijl hij al jaren in de auto van de zaak reed. Hiervoor gaf hij echter geen bijtelling privégebruik aan, omdat hij niet meer dan 500 kilometer per jaar privé zou rijden. Vanwege het ontbreken van een sluitende rittenadministratie legde de inspecteur hem een naheffingsaanslag loonheffingen en een verzuimboete op. De dga overhandigde vervolgens in de bezwaarfase alsnog een kilometeradministratie voor het jaar 2006. 

Rittenadministratie bevatte ook tegenstrijdigheden

De rechter verwierp deze kilometeradministratie, omdat het niet voldeed aan de wettelijke eisen. Het was namelijk achteraf opgesteld op basis van de zakelijke agenda van de dga. Omdat hier ook nog eens foutjes en tegenstrijdigheden in waren geslopen, accepteerde de rechter de rittenadministratie niet als bewijs. Hij verwees hierbij naar het betreffende artikel in de Wet op de Loonbelasting, waarin staat welke gegevens een sluitende rittenregistratie moet bevatten:

  • merk, type en kenteken van de auto van de zaak;
  • periode van terbeschikkingstelling van de auto;
  • per rit de volgende gegevens:
    - datum;
    - begin- en eindstand van de kilometerteller;
    - begin- en eindadres;
    - de gereden route als deze afwijkt van de meest gebruikelijke;
    - het karakter van de rit.

In dit geval werd de naheffingsaanslag toch verlaagd, maar enkel omdat de inspecteur de catalogusprijs waarop de bijtelling was gebaseerd naar beneden had bijgesteld. Een sluitende rittenregistratie voor de auto van de zaak is in andere gevallen onontbeerlijk.
Rechtbank Gelderland, 6 augustus 2013, ECLI(verkort): 2142