Loonbijtelling niet per auto bekijken

Uw werknemer kan de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak voorkomen door niet meer dan vijfhonderd privékilometers met de auto te rijden. Het maakt daarbij niet uit dat de werknemer in een jaar in meerdere auto’s heeft gereden. Dit blijkt ook uit een recente zaak bij Gerechtshof Den Bosch.

17 april 2014 | Door redactie

De werknemer in deze zaak had sinds 2008 een auto tot zijn beschikking en reed daarin tot en met 12 mei 2009. Over deze periode had de werknemer een sluitende rittenadministratie. Hij had de auto nauwelijks voor privédoeleinden gebruikt en was in deze periode onder de vijfhonderdkilometergrens gebleven. Op 10 juli 2009 werd aan de werknemer weer een auto ter beschikking gesteld die hij wel voor privédoeleinden wilde gaan gebruiken. Daarom verzocht de werknemer op 17 juli 2009 aan de inspecteur de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ in te trekken.

Kilometergrens bijtelling op jaarbasis

Op 8 oktober 2009 legde de inspecteur een naheffingsaanslag op over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 12 mei 2009 van € 1.127. De werknemer diende hiertegen een bezwaarschrift in omdat hij vond dat hij voor die periode onder de vijfhonderdkilometergrens was gebleven. De rechtbank achtte dit bezwaar ongegrond omdat de kilometergrens niet per auto, maar op jaarbasis berekend moest worden. De werknemer ging in hoger beroep. Het gerechtshof in Arnhem vond het bezwaar van de werknemer terecht, omdat niet duidelijk was op grond waarvan de fiscus bevoegd was de naheffingsaanslag vast te stellen. De Hoge Raad was het niet eens met deze uitspraak en verwees naar een eerder arrest over dit onderwerp. Daarin besliste de Hoge Raad dat voor de bijtelling de vijfhonderdkilometergrens op jaarbasis gold en niet per auto moest worden berekend.

Naheffingsaanslag is terecht

De Hoge Raad verwees hierop de zaak naar Gerechtshof Den Bosch voor verdere behandeling en het nemen van een beslissing op basis van het oude arrest van de Hoge Raad. Volgens het gerechtshof was de naheffingsaanslag terecht en klopte de berekening. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het gerechtshof schoof de argumenten van de werknemer van tafel.
Hof Den Bosch, 21 maart 2014, ECLI (verkort): 797
Hoge Raad, 14 juni 2013, ECLI (verkort): BZ4198