Meer plezier dan zakendoen leidt tot bijtelling

Als een reis met de auto van de zaak zowel een privé- als zakelijk doel heeft, moet volgens de rechter gekeken worden naar het hoofddoel van de reis. Is daarbij het privé-aspect duidelijker aanwezig dan het zakelijke aspect, dan kan de bijtelling om de hoek komen kijken.

7 november 2016 | Door redactie

In de betreffende zaak speelde het volgende. Een bv had aan haar directeur-grootaandeelhouder (dga) een auto ter beschikking gesteld. Deze dga was in het bezit van een verklaring geen privégebruik (tool). Met de auto van de zaak reed hij met zijn gezin naar Oostenrijk en zette zijn echtgenote en kinderen af bij een hotel voor een skivakantie. Daarna reed hij door naar een zakenrelatie. Hij keerde in de avond nog terug naar zijn gezin en hierna genoot hij verder met hen van een skivakantie. De inspecteur vond dat de rit naar Oostenrijk een privérit was, waardoor de dga de auto voor meer dan 500 kilometer privé had gebruikt. Hij legde dus een naheffingsaanslag op omdat er met een bijtelling (tool) rekening had moeten worden gehouden.

Hoofddoel was een skivakantie met het gezin

Hof Arnhem-Leeuwarden sloot zich bij het oordeel van de inspecteur aan. De reis naar Oostenrijk had een gemengd karakter. De rit diende namelijk zowel een zakelijk - als een privédoel. Volgens het Hof was het hoofddoel van deze reis een ruim van te voren geplande skivakantie met het gezin, waarbij even tussendoor de dga een zakelijk doel bezocht. De naheffingsaanslag (tool) bleef dus in stand.
Hof Arnhem-Leeuwarden, 25 oktober 2016, ECLI (verkort): 8873