Ongeschiktheid privégebruik lastig aan te tonen

Om onder een naheffingsaanslag uit te komen vanwege het privégebruik van een ter beschikking gestelde bestelauto, heeft u een sluitende kilometeradministratie nodig. Als u hier niet over beschikt, moet u van goeden huize komen om ongeschiktheid van de bestelbus voor privégebruik aan te tonen. Veel apparatuur en viezigheid in de cabine is bijvoorbeeld niet afdoende.

7 augustus 2014 | Door redactie

In een recente rechtszaak draaide het om een werkgever die een bestelbus ter beschikking had gesteld aan een werknemer. Hiervoor was door de fiscus een ´Verklaring geen privégebruik auto´ afgegeven. De werkgever hoefde geen rekening te houden met bijtelling als de werknemer met een sluitende rittenadministratie aan kon tonen dat de auto voor minder dan 500 kilometer privé was gebruikt. De werknemer had de bestelbus tot zijn beschikking tot en met 31 oktober 2012. In december 2012 deed de Belastingdienst navraag naar het privégebruik van de auto. De werknemer kon echter geen rittenadministratie overleggen: hij had deze ingeleverd bij zijn inmiddels failliete werkgever en had geen kopie. Daarom legde de inspecteur een naheffingsaanslag loonbelasting op.

Bestelbus was wel geschikt voor privégebruik

De man stapte hierop naar de rechter. Hij voerde aan dat de bestelbus helemaal niet geschikt was voor privégebruik. Om zijn argument kracht bij te zetten, toonde hij foto’s van de bestelbus. De rechter was echter niet onder de indruk. De cabine van de bestelbus lag weliswaar vol met apparatuur, dat betekende volgens de rechter nog niet dat de bestelbus niet geschikt was voor een passagier. Door het verwijderen van een enkele materialen kon er immers makkelijk alsnog een passagier meerijden. De aanvullende argumenten dat de bestelbus te vies en te stoffig was om privé gebruikt te worden én dat de werknemer over andere auto’s en een camper beschikte waarmee hij privé reed, konden de rechter al evenmin overtuigen. De man kon dus niet bewijzen dat de bestelbus uitsluitend geschikt was voor het vervoer van goederen en de naheffingsaanslag bleef in stand.
Rechtbank Den Haag, 18 maart 2014, ECLI (verkort): 9156