Rittenregistratie moet adressen vermelden

Medewerkers die met de auto van de zaak niet meer dan 500 privékilometers per jaar maken, moeten hun rittenregistratie zorgvuldig bijhouden om bijtelling te voorkomen. Het Gerechtshof Den Haag stelde onlangs dat voor een sluitende rittenregistratie ook de begin- en eindadressen vereist zijn.

16 juli 2015 | Door redactie

Heeft u zelf een auto van de zaak, of stelt u er één ter beschikking aan een medewerker, dan is een goede rittenregistratie vereist als u geen bijtelling wilt betalen. Dat toont ook de volgende zaak aan, waarin een dga voor zijn werkzaamheden een auto van de zaak kreeg. In 2012 startte de Belastingdienst met een boekenonderzoek. Uit het onderzoek bleek dat de rittenregistratie niet voldeed aan de vereisten. De inspecteur concludeerde dat de bijtelling ten onrechte achterwege was gebleven en corrigeerde dat met naheffingsaanslagen over de periode 2009 tot en met 2011.

Rittenregistratie zonder adressen niet sluitend

Het gerechtshof volgde de conclusie van de inspecteur. De rittenregistratie was onvoldoende bewijs, omdat de adressen van de bestemmingen ontbraken. Daarnaast bleek uit de rittenregistratie dat het woon-werkverkeer varieerde van 15 tot 30 kilometer. Dit kwam niet overeen met de routeplanner van de ANWB. Daaruit bleek namelijk dat de snelste route 13 kilometer was, de kortste route 11,8 kilometer en de route zonder snelwegen 13,2 kilometer. De verantwoorde kilometers in de rittenregistratie weken daar dus behoorlijk vanaf. Het gerechtshof stelde daarom dat de dga geen sluitende rittenregistratie had bijgehouden. De rittenregistratie kon daardoor niet dienen als bewijs dat hij de auto voor niet meer dan 500 kilometer privé had gebruikt. De naheffingsaanslagen bleven dus in stand.
Gerechtshof Den Haag, 10 juni 2015, ECLI (verkort): 1470