‘Service-auto’ is verplicht privévermogen ondernemer

Een ondernemer heeft bij de rechter het deksel op de neus gekregen in een geschil over een zakelijke auto. Hij kon namelijk niet aantonen dat hij met de auto voldoende kilometers voor zijn onderneming had gemaakt. Daarom moest hij de auto verplicht tot zijn privévermogen rekenen, en vervielen de zakelijke voordelen.

19 januari 2021 | Door redactie

Het draaide hier om de regels voor de zogeheten vermogensetikettering. Op zich mag een ondernemer voor de inkomstenbelasting zelf kiezen of hij vermogensbestanddelen – zoals een auto – tot zijn privé- of ondernemingsvermogen rekent. Dat is dan keuzevermogen. Die keuzevrijheid vervalt volgens de wet als de ‘grenzen van de redelijkheid worden overschreden’. Praktisch gezien wil dat zeggen dat bijvoorbeeld een auto verplicht privévermogen is als die voor 90% of meer privé wordt gebruikt.

Investeringsaftrek voor zakelijke auto

In dit geval ging het om een monteur van keukens. Hij had twee auto’s op de zaak staan: een bestelbus en een personenauto, een plug-in hybride. De bestelbus gebruikte hij voor het plaatsen van de keukens. Als hij daarna nog servicewerkzaamheden uitvoerde bij de geplaatste keukens, deed hij dat naar eigen zeggen met de personenauto. Daarom had hij de personenauto ook tot zijn ondernemingsvermogen gerekend. Zo kon hij ook profiteren van investeringsaftrek, zoals de KIA en de MIA.
De inspecteur concludeerde na boekenonderzoek dat de ondernemer de personenauto verplicht tot zijn privévermogen moest rekenen. Van de 22.000 kilometers die de ondernemer met de personenauto in een jaar had gereden waren volgens de inspecteur namelijk meer dan 90% privéritten. Dat kwam de monteur op navorderingsaanslagen voor de inkomstenbelasting te staan.

Zakelijk gebruik onvoldoende aangetoond

De monteur kreeg eerder bij de rechtbank gelijk. De rechter oordeelde dat de auto onder het keuzevermogen van de ondernemer viel. Maar het gerechtshof volgde die redenering niet en kwam tot een voor de ondernemer minder prettige conclusie. Het hof zag namelijk  in de wet of jurisprudentie geen andere aanknopingspunten voor een oordeel over een situatie van ‘te weinig zakelijk gebruik’. Dus keek het hof naar de hoofdregel: bij minstens 90% privégebruik is een vermogensbestanddeel sowieso privévermogen. Daardoor was het dus aan de monteur om aan te tonen dat de 22.000 kilometers er minstens 2.200 zakelijk waren. En daarvoor had de ondernemer volgens het hof niet genoeg bewijs geleverd. De navorderingsaanslagen waren daarmee terecht opgelegd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 januari 2021, ECLI (verkort): 178