Wel of geen bijtelling door bijrijdersstoel

U kunt de bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto achterwege laten als het gaat om een bestelauto die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Volgens Gerechtshof Amsterdam is hier alleen sprake van als de bijrijdersstoel niet gebruikt kan worden door anderen en specifiek geschikt is voor het vervoer van goederen.

21 januari 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om een werknemer die werkte als storingsmonteur. Voor zijn werkzaamheden kreeg de man een bestelauto van de zaak. Bij zijn aangifte inkomstenbelasting over 2007 en 2009 hield de man geen rekening met de bijtelling. De werkgever rekende de bijtelling in 2007 en 2009 wel tot het loon van de monteur. De monteur vond echter dat de bestelauto uitsluitend geschikt was voor het vervoer van goederen en hield bij de aangifte inkomstenbelasting geen rekening met de bijtelling. De inspecteur corrigeerde dit en legde een hogere aanslag inkomstenbelasting op.

Normale personen kunnen bijrijdersstoel ook gebruiken

De rechter moest oordelen of er sprake was van een bestelauto die uitsluitend geschikt was voor het vervoer van goederen. Bij de rechtbank gaf de man aan dat hij samen met een bijrijder de werkzaamheden verrichtte, omdat hij niet alleen de zware lantaarnpalen en dergelijke op de plaats van bestemming kon lossen. Het was echter niet zo dat de bijrijdersstoel niet door personen in normale kleding kon worden gebruikt. Het gerechtshof volgde het standpunt van de rechtbank en gaf ook aan dat de bijrijder andere werkzaamheden verrichtte zoals het graven van gaten en het plaatsen van de lantaarnpalen. Het meerijden van de bijrijder was dus niet alleen toe te rekenen aan het vervoer van de goederen. De storingsmonteur moest dus rekening houden met een bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto.
Gerechtshof Amsterdam, 25 september 2014, ECLI (verkort): 4217