Hoe bewijs ik dat ik onder de 500 kilometer privégebruik blijf met auto?

Publicatiedatum 24 juli 2019

Ik gebruik de auto van de zaak ook weleens voor privéritten, maar ik blijf op jaarbasis altijd ruim onder de grens van 500 kilometer. Hoe kan ik dit bewijzen? Neemt de fiscus genoegen met een ‘Verklaring geen privégebruik auto’?

Rijdt u in een jaar maximaal 500 kilometer met de auto van de zaak, dan hoeft u in uw administratie geen rekening te houden met een bijtelling voor het privégebruik van de auto. Wel moet u op verzoek van de Belastingdienst kunnen bewijzen dat u ook echt onder de 500 kilometergrens bent gebleven. Dat kunt u doen met een rittenregistratie, eventueel met een ‘Verklaring geen privégebruik auto’.

Sluitende kilometerregistratie nodig

De rittenregistratie moet altijd sluitend zijn. Dit betekent dat u de volgende gegevens registreert:

  • merk, type, kenteken, de periode dat de auto ter beschikking is gesteld en de ritgegevens van de auto;
  • privé-omrijkilometers, bijvoorbeeld als u onder werktijd boodschappen doet;
  • de begin- en eindadressen.

Maak in uw rittenregistratie ook duidelijk onderscheid tussen uw zakelijke ritten en privéritten. De rittenregistratie mag verder niet bestaan uit achteraf opgestelde schattingen. Toch is een rittenregistratie alleen niet voldoende. U moet uw ritten ook kunnen onderbouwen met bijvoorbeeld agenda’s, gegevens van onderhoudsbeurten, facturen en werkorders.

Vormen van bewijs

De fiscus accepteert meestal na overleg ook onderstaande vormen van bewijs:

  • U en de bv hebben schriftelijk afgesproken dat privégebruik van de auto niet is toegestaan, bijvoorbeeld als een aanvulling op de arbeidsovereenkomst.
  • Een derde controleert het autogebruik en administreert zijn bevindingen.
  • U bent niet verzekerd voor privégebruik van de auto.
  • De auto staat na werktijd bij het kantoor achter een gesloten hek en de sleutels worden in een kluis bewaard.
  • U heeft zelf ook een auto.