Wanneer is er sprake van een bestelauto?

22 juli 2019

Wanneer is er sprake van een bestelauto die uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen waardoor ik geen rekening hoef te houden met de bijtelling?

Om te kunnen spreken van een bestelauto die nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen gelden er een aantal inrichtingseisen. Volgens de Belastingdienst wordt in vier situaties een bestelauto aangemerkt als bestelauto die naar aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Let er wel op dat het een bestelauto zonder dubbele cabine moet zijn!

Bijrijdersstoel is verwijderd

U hoeft géén rekening te houden met een bijtelling als:

  1. in de bestelauto de bijrijdersstoel is verwijderd en de bevestigingspunten zijn weggeslepen of dichtgelast;
  2. de laadruimte van de bestelauto 90% of meer bedraagt van het totale vloeroppervlak;
  3. de bestelauto dusdanig groot is dat hij niet in een parkeergarage past, voorzien is van stellingen en waarvan de bijrijdersstoel functioneel is ten aanzien van het laden en lossen. Volgens de fiscale rechter is de aanwezigheid van een bijrijdersstoel niet meer relevant als de bestelbus 2,6 meter hoog en 6,5 meter lang is;
  4. de bestelauto vies en stoffig is en de bijrijdersstoel functioneel is ten aanzien van het laden en lossen. Het moet gaan om ernstige vervuiling of stank die lastig is te wassen of te verwijderen.

Geen bijtelling

Als uw bestelauto dus aan één van bovenstaande punten voldoet, is er sprake van een bestelauto die naar aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Een bijtelling is dan niet aan de orde, ook al gebruikt u de bestelauto privé. Met andere woorden: er wordt dan dus niet gekeken naar het feitelijk gebruik van de bestelauto.