Wat heeft een overstap naar een andere leaseauto voor gevolgen voor de bijtelling?

22 juli 2019

Een werknemer heeft een auto van de zaak. Stel dat hij halverwege een kalenderjaar overstapt naar een andere, duurdere auto met een hogere cataloguswaarde. Wat heeft dit dan voor gevolgen voor de bijtelling van de werknemer?

Als een werknemer halverwege het jaar van auto van de zaak wisselt en hij beide auto’s ook privé gebruikt, moet u de bijtelling herrekenen naar een jaartotaal en daarna herleiden naar het juiste aantal maanden per auto van de zaak.

Werkwijze

Bijvoorbeeld: als uw werknemer tot de maand juni een auto heeft met een cataloguswaarde van € 25.000 en een bijtelling van 25%, moet u jaarlijks (€ 25.000 x 0,25 =) € 6.250 bijtellen. Dit is per maand (€ 6.250 : 12 =) € 520,83. Dit telt u bij zijn loon tot en met mei. Krijgt hij daarna een auto met een cataloguswaarde van € 35.000 met 22% bijtelling, dan wordt de bijtelling (€ 35.000 x 0,22 =) € 7.700 per jaar. Dit is (€ 7.700 : 12 =) € 641,67 per maand. Dit bedrag telt u bij zijn loon van juni tot en met december. Voor deze werkwijze geldt wel de voorwaarde dat de werknemer de overstap naar een andere auto met ingang van de eerste dag van de kalendermaand maakt. Dat is voor uw organisatie administratief ook het eenvoudigste. Is dat niet het geval, dan moet u kalenderdagen tellen (dus geen werkdagen) en op dagniveau rekenen. Als de werknemer de duurdere auto met ingang van 8 juni tot zijn beschikking krijgt, bedraagt de bijtelling wegens privégebruik voor hem voor de maand juni in totaal € 613,21:

  • voor de oude auto 7/30 × € 520,83 = €121,53;
  • voor de nieuwe auto 23/30 × € 641,33 = € 491,69.

Kalenderjaar

Overigens hoeft de werknemer geen bijtelling te betalen als hij met de twee auto’s samen niet meer dan vijfhonderd privékilometers rijdt per kalenderjaar. Dit moet hij dan wel kunnen aantonen.