Bedrijfsartsen willen shopgedrag werkgevers voorkomen

De Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde wil voorkomen dat werkgevers misbruik maken van het aanvragen van een ‘second opinion’. Daarom adviseert zij haar leden hier niet meer aan mee te werken, behalve in situaties waarin dit volgens de wet zo hoort.

14 januari 2021 | Door redactie

Sommige werkgevers benaderen een tweede bedrijfsarts waar ze geen contractuele relatie mee hebben als het re-integratieadvies (tool) van de eigen bedrijfsarts hen niet bevalt. Dit signaleert de Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Deze werkgevers hopen dat die tweede bedrijfsarts een advies uitbrengt dat hen beter schikt. In principe is het de werkgever niet verboden om deze aanpak te kiezen. De NVAB vindt dit echter niet de juiste gang van zaken en adviseert haar leden hier niet aan mee te werken. Zij vindt het onnodig belastend voor de werknemer, die eigenlijk geen nee tegen zijn werkgever kan zeggen vanwege de gezagsverhouding. Ook legt het volgens de vereniging onnodig beslag op bedrijfsartsen terwijl daar schaarste bestaat. Maar vooral wil ze voorkomen dat er een cultuur ontstaat van shoppen tot het gewenste resultaat is bereikt.

Wanneer is second opninion wél mogelijk? 

Werkgevers kunnen wél een second opinion aanvragen bij een andere bedrijfsarts van hun eigen arbodienst, op voorwaarde dat het contract hier ruimte voor biedt. Verder kunnen ze een deskundigenoordeel aanvragen bij UWV. Ook de werknemer kan een second opinion (tool) aanvragen, namelijk bij een andere bedrijfsarts via zijn eigen behandelend bedrijfsarts. Die nieuw ingeschakelde arts doet zijn eigen onderzoek en koppelt zijn bevindingen terug aan de behandelend arts. Verder kan ook de bedrijfsarts zelf nog om een tweede mening vragen aan een andere bedrijfsarts. Dit natuurlijk met toestemming van de werknemer en medeweten van de werkgever.