VERDIEPINGSARTIKEL

Voor welke werknemers krijgt u loonkostensubsidie?

Werknemers die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, hoeven uw organisatie geen extra geld te kosten als u ze in dienst neemt. U kunt voor deze werknemers namelijk onder voorwaarden loonkostensubsidie krijgen. Deze subsidie kan oplopen tot 70% van het minimumloon. Daarbovenop krijgt u ook nog een vergoeding voor uw werkgeverslasten. Zo is een arbeidsbeperkte werknemer helemaal niet duur!


20 maart 2019 3 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online.


Sommige werknemers kunnen niet zelfstandig het minimumloon verdienen doordat zij een ziekte of een handicap hebben. Die werknemers vallen onder de doelgroep van de Participatiewet. Voor uw organisatie kan het onaantrekkelijk lijken om zo’n werknemer aan te nemen: u moet hem namelijk wel het wettelijk minimumloon en -vakantiebijslag betalen, óók als zijn echte loonwaarde lager is. Gelukkig kunt u het verschil tussen het minimumloon en die loonwaarde gecompenseerd krijgen. Eén van de instrumenten uit de Participatiewet is namelijk de loonkostensubsidie. Die subsidie kunt u aanvragen bij de gemeente. U kunt daarbij hulp krijgen van het werkgeversservicepunt in uw regio. Kijk voor meer informatie op de website werk.nl.

Hoogte van de loonkostensubsidie

De hoogte van de loonkostensubsidie is dus afhankelijk van de loonwaarde van de werknemer. Heeft of neemt u een werknemer in dienst met een loonwaarde van 60% van het minimumloon, dan kunt u bij uw gemeente loonkostensubsidie aanvragen ter hoogte van 40% van het minimumloon. Hieraan is wel een maximum verbonden: de loonkostensubsidie bedraagt namelijk nooit meer dan 70% van het wettelijk minimumloon. Voor het (eventuele) verschil tussen het wettelijk minimumloon en het cao-loon draait uw onderneming zelf op.

Dubbel voordeel voor doelgroep

Werknemers die een loonkostensubsidie met zich meebrengen, vallen onder de doelgroep van de banenafspraak en tellen dus mee voor het quotum arbeidsbeperkten. Voor deze werknemers kunt u mogelijk niet alleen loonkostensubsidie krijgen, maar tegelijkertijd ook lage-inkomensvoordeel (LIV) of een loonkostenvoordeel (LKV) krijgen. U krijgt nooit LIV en LKV tegelijk. Voldoet u aan de voorwaarden voor beide tegemoetkomingen, dan krijgt u alleen loonkostensubsidie en het LKV uitbetaald. 
Doelgroepregister
Het LKV komt boven op de subsidie en de vergoeding voor de werkgeverslasten van 23,5%. Daarvoor geldt wel dat de werknemer in het doelgroepregister moet staan op het moment dat uw onderneming hem in dienst neemt. 

Forfaitaire loonkostensubsidie

Nieuw is de standaard loonkostensubsidie van 50% van het wettelijk minimumloon. Als uw onderneming een werknemer in dienst neemt uit de doelgroep van de Participatiewet die niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen, mag u gedurende de eerste zes maanden doen alsof zijn loonwaarde al is vastgesteld op 50%. U krijgt dus een loonkostensubsidie van 50% van het minimumloon voor deze werknemer. Pas na zes maanden wordt de werkelijke loonwaarde op de werkplek bepaald. Vanaf die loonwaardebepaling krijgt uw onderneming de loonkostensubsidie die in lijn is met de loonwaarde van de werknemer. 

Wat kost een arbeidsbeperkte werknemer uw onderneming precies?

Stel dat u een werknemer in dienst neemt die 25 jaar oud is en door zijn arbeidsbeperking niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen. Hij staat in het doelgroepregister van UWV. U biedt hem een fulltimefunctie aan voor één jaar. Wat kost die werknemer als de forfaitaire loonkostensubsidie werkelijkheid wordt?

  • U moet de werknemer minimaal het wettelijk minimumloon per maand betalen. Tot 1 januari 2020 is dat € 1.635,60. Inclusief vakantiegeld is dat € 1.766,45.
  • In de eerste zes maanden krijgt u 50% van dit bedrag aan forfaitaire loonkostensubsidie. Dat is € 883,22 per maand.
  • Daarbovenop krijgt u 23,5% van de loonkostensubsidie als vergoeding voor de werkgeverslasten: € 207,56 per maand.
  • Omdat de werknemer in de doelgroep van de banenafspraak valt, krijgt u € 2.000 LKV per jaar. Per maand is dat (€ 2.000 /12 =) € 166,67

Totaal
In totaal kost de werknemer uw onderneming per maand dus geen € 1.766,45, maar € 508,99. De werkgeverslasten die uw onderneming voor de werknemer heeft, moeten nog bij dat bedrag opgeteld worden. Als de werknemer in dit rekenvoorbeeld een loonwaarde van 70% heeft, maakt u in het eerste half jaar als het ware winst op hem. Daarna krijgt u minder loonkostensubsidie: namelijk 30% van het minimumloon (en dus ook een lagere vergoeding voor de werkgeverslasten) en kost de werknemer uw onderneming nog het minimumloon inclusief vakantiebijslag (€ 1.766,45) minus de loonkostensubsidie van 30% (€ 529,94), de premiekorting (€ 166,67) en de vergoeding voor de werkgeverslasten: 23,5% van de loonkostensubsidie (€ 124,53). Dat komt neer op € 945,31. De werkgeverslasten komen daar nog bij.

Doelgroepregister van UWV

Uw onderneming kan niet zomaar voor elke werknemer loonkostensubsidie aanvragen. Het moet gaan om een werknemer die in de doelgroep van de Participatiewet valt en van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen. Deze werknemers staan in het doelgroepregister van UWV. Via het werkgeversportaal van UWV kunt u opvragen welke werknemers uit uw onderneming in het doelgroepregister staan of juist van een specifieke werknemer of sollicitant controleren of hij erin opgenomen is. Voor een sollicitant krijgt u binnen twee dagen bericht, voor werknemers duurt dit maximaal drie weken.

Vergoeding voor werkgeverslasten

Naast de daadwerkelijke loonkostensubsidie krijgt uw onderneming ook nog een vergoeding voor de werkgeverslasten. Die vergoeding bedraagt in 2019 23,5% van het bedrag dat u aan loonkostensubsidie krijgt. Dit percentage is gebaseerd op de gemiddelde werkgeverslasten in de verschillende bedrijfstakken. De hoogte van de werkgeverslasten kan verschillen per organisatie. De ene organisatie heeft immers wel een werkgeversbijdrage aan de pensioenregeling, bovenwettelijke vakantiedagen en een dertiende maand en de andere organisatie heeft deze niet. Als een organisatie hoge werkgeverslasten heeft, is de vergoeding van 23,5% waarschijnlijk niet voldoende om alle werkgeverslasten te dekken. Heeft een organisatie juist lage werkgeverslasten, dan levert de vergoeding van 23,5% een voordeel op.