Tips voor het bepalen van het aantal bhv'ers

Volgens de Arbowet moet er in een organisatie ten minste één bhv'er zijn. Vaak is dit te weinig. Ook tijdens vakanties en ziekte moet er immers een bedrijfshulpverlener zijn. Een minimum van twee is realistischer.

27 september 2019 | Door redactie

Er wordt wel gezegd: één bhv’er is geen bhv’er. Een bedrijfshulpverlener (bhv'er) kan in zijn eentje namelijk niet veel gedaan krijgen. Het voorbeeld van een ontruiming bij brand laat zien dat één bhv’er onvoldoende is:

  • één bhv’er gaat met de werknemers naar het verzamelpunt;
  • de tweede bhv’er controleert het lege gebouw op eventuele achterblijvers;
  • eigenlijk is er al een derde bhv’er nodig om de brand te blussen;
  • de vierde bhv’er is nodig om werknemers te helpen die niet-zelfredzaam zijn, zoals een zwangere of beperkte werknemer;
  • en dan is het maar te hopen dat de eerste bhv’er ook nog tijd heeft om de hulpdiensten de weg te wijzen.

Minimaal twee bhv’ers is dus in ieder geval aan te bevelen.

Aantal bhv’ers vraagt goede planning

Niet alleen is het volgens de Arbowet verplicht om genoeg bhv’ers aan te wijzen, ook moet de werkgever ervoor zorgen dat er daadwerkelijk voldoende bhv’ers aanwezig zijn in het bedrijfspand of op de werklocatie. Let op, dit kan ook gelden voor een (tijdelijke) locatie buiten het pand. Zoals bij een evenement of uitje. Hierbij moet hij rekening houden met werknemers die ziek zijn, afwezig zijn vanwege vakantie of die in ploegendiensten werken. Deze overwegingen moeten meespelen bij het bepalen van het aantal bedrijfshulpverleners in de organisatie. Dat vraagt dus om een goede planning.

Bijlagen bij dit bericht

Marktanalyse BHV-materialen
Tools | Vergelijkingen
BHV instructiebrief personeel
Tools | Maatwerkbrieven
Voorbeeld BHV-plan
Tools | Formulieren