VERDIEPINGSARTIKEL

Bereken de vluchtcapaciteit van een gebouw

Uw gebouw kan nog zo aan alle regels voldoen en uw bhv kan nog zo goed getraind zijn, als tijdens een calamiteit niet alle aanwezige personen op tijd in veiligheid kunnen komen, zijn uw inspanningen voor niets geweest. Om te bepalen of er extra maatregelen nodig zijn, doet de bhv er goed aan om de vluchtcapaciteit van een gebouw te berekenen. Er zijn hulpmiddelen die daar stapsgewijs bij helpen.


12 april 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Bij de bouw en de ingebruikname van panden moet aan alle mogelijke regels voldaan worden om de veiligheid van de gebruikers te waarborgen. Al tijdens de ontwerpfase worden het gebruiksdoel, het aantal gebruikers en de aan te brengen vluchtroutes bepaald. Daarnaast heeft elke organisatie als het goed is een of meer opgeleide bhv’ers in dienst die eerste hulp verlenen en personen kunnen evacueren bij calamiteiten zoals een beginnende brand.

Vluchtcapaciteit berekenen

Bij een brand wilt u allereerst weten of alle mensen die in uw pand aanwezig zijn, het gebouw wel op tijd kunnen verlaten. Hoewel alle gebouwen dus aan strenge eisen moeten voldoen en bij de bouw ook voorzien wordt in voldoende nooduitgangen, kunt u toch verrast worden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u het pand anders bent gaan gebruiken dan waar in de bouwfase rekening mee werd gehouden. En anders dan bij lekkage van een giftige stof of een niet-werkende riolering, merkt u het niet als er onvoldoende vluchtcapaciteit is. Tot het te laat is natuurlijk.

Het is dus verstandig om de vluchtcapaciteit van elke verdieping in uw pand te berekenen. 

Het is dus verstandig om de vluchtcapaciteit van elke verdieping in uw pand te berekenen. Dan weet u ook hoeveel bhv’ers er nodig zijn om deze vluchtstromen te begeleiden en of u aanvullende maatregelen moet nemen, zoals bouwkundige aanpassingen aanbrengen, extra veilige wachtruimtes creëren of het aantal bezoekers van uw pand beperken.

Capaciteit vluchtroutes berekenen

Om een vluchtroute veilig te kunnen verklaren, is oefenen dus niet voldoende. U moet precies weten hoe snel u een deel of ruimte van het pand leeg krijgt voordat een brand uitslaat en het vuur of de rook aanwezige personen bereikt. Met de handleiding van de rekenhulp Veilig Vluchten uit het Bouwbesluit 2012 kunt u de capaciteit van vluchtroutes berekenen.

Het model is bedoeld voor nieuw te bouwen panden, maar u kunt het ook voor bestaande bouw gebruiken. Om te bepalen of een gebouw brandveilig is, wordt het ingedeeld in subbrandcompartimenten, ruimtes met een rookwerende scheiding ertussen. Een subbrandcompartiment moet binnen één minuut ontruimd kunnen worden.

Voor het rekenmodel begint u met de invoer van algemene gebouwkenmerken. Voor een kantoorpand zijn dat bijvoorbeeld het aantal bouwlagen en trappenhuizen. Ook moet u aangeven of er rooksluizen aanwezig zijn: ruimtes waardoor een extra beschermde vluchtroute voert.

Vervolgens kunnen per bouwlaag alle kenmerken worden ingevuld: denk aan de subbrandcompartimenten, de erbuiten gelegen vluchtroutes, de deuren en het aantal personen per uitgang. Ook hierbij horen aantallen en afmetingen.

Eerst alle bouwkundige gegevens verzamelen

Om het rekenmodel Veilig Vluchten in te vullen, heeft u een heleboel gegevens nodig. Let op: u moet deze beschikbaar hebben van alle verdiepingen:

  • subbrandcompartimenten (oppervlakte aan opvangcapaciteit, aantal aanwezige personen);
  • trappen (breedte, aantal treden, lengte van de treden, verdiepingshoogte, oppervlakte bovenbordes, oppervlakte middenbordes, eventuele rooksluis);
  • deuren (breedte, openingshoek, enkele of dubbele deur);
  • verkeersruimten buiten een subbrandcompartiment (breedte, hoogte, eventuele rooksluis).

Het is belangrijk om dit zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen. Zo maakt het voor de doorstroom veel uit of het gaat om een dubbele of een enkele deur en of de deur open gaat in de looprichting.

Scenario’s doorrekenen

U kunt met het model verschillende scenario’s doorrekenen. Dat moet ook wel, want er zal niet altijd hetzelfde aantal mensen op een verdieping aanwezig zijn; niet per dag, maar ook niet op verschillende momenten van de dag.

In de beschreven case in de handleiding van een kantoorpand zijn twee situaties die doorberekend moeten worden: één als personen aan het werk zijn en één als zij pauze hebben en de meesten in de bedrijfskantine zitten. Het vastleggen van al die kenmerken van deuren en trappen en dergelijke is niet alleen belangrijk om te weten hoeveel het er zijn en waar ze zich bevinden. Het speelt ook een rol dat ze als obstakels gezien worden.

Het soort deur of trap kan verschillen in de hinder die ze veroorzaken in de doorstroom. 

Het soort deur of trap kan namelijk verschillen in de hinder die ze veroorzaken in de doorstroom. Zo hebben enkele deuren die openen in de looprichting een grotere doorstroomcapaciteit dan deuren die niet volledig opendraaien.

Maar ook een ruimte waar mensen doorheen moeten lopen om in veiligheid te komen, wordt beschouwd als een obstakel. Als er te veel mensen tegelijk bij een obstakel tot stilstand komen, kan er een opstopping ontstaan. Als dat gebeurt, is de doorstroom niet goed; mensen moeten immers wachten om naar buiten te kunnen. U moet er dan voor zorgen dat op die plekken minder mensen in één keer samenkomen.

Stel de tijdslimiet vast

Hoe lang mag het dan duren voordat een gebouw ontruimd moet zijn? Dat hangt af van het aantal aanwezige personen in het gebouw. Het Bouwbesluit geeft hiervoor alleen algemene uitgangspunten. Voor een situatie waarin de brandweer nog niet gearriveerd is, geldt:

  • binnen 15 minuten na het ontstaan van een brand moet die zijn ontdekt en moeten de bedreigde personen en de brandweer zijn gealarmeerd;
  • binnen 15 minuten na alarmering moeten de bedreigde personen zonder brandweerhulp kunnen vluchten.

Na de doorrekening van een gebouw kan blijken dat niet iedereen veilig kan vluchten binnen de gestelde tijdslimiet. Dan is er onvoldoende doorstroomcapaciteit (trap en deur tussen subbrandcompartiment en trap) of onvoldoende opvangcapaciteit (trap). De oplossingen verschillen en in dit specifieke voorbeeld zijn er diverse mogelijkheden:

  • bredere trappen plaatsen, zodat de doorstroom en opvangcapaciteit van de trappenhuizen groter wordt;
  • het oppervlak van het bovenbordes bij de trap vergroten. Dan kunnen er binnen één minuut meer personen in het trappenhuis worden opgevangen;
  • de kantine als apart subbrandcompartiment indelen, zodat personen in het subbrandcompartiment ernaast kunnen worden opgevangen;
  • het aantal aanwezige personen dat is toegestaan terugbrengen naar de maximale doorstroom- en opvangcapaciteit van de trappenhuizen.

U kunt de handleiding en de rekenhulp Veilig Vluchten (xls) downloaden van de website van de Rijksoverheid.