VERDIEPINGSARTIKEL

Nooddeuren moeten voldoen aan de eisen

Bij brand of andere calamiteiten moeten uw medewerkers zo snel mogelijk het bedrijfspand kunnen verlaten. Omdat dit niet altijd door de gewone uitgangen kan, moet de werkplek ook nooddeuren hebben. Die deuren moeten aan verschillende eisen voldoen. Zo moeten ze voor iedereen zichtbaar zijn en moeten uw medewerkers ze gemakkelijk kunnen openen, ook als ze in paniek zijn. Daarnaast moet de weg naar de nooduitgang altijd vrij van obstakels blijven.


12 november 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Niet elke deur in een pand is een nooddeur. Nooddeuren zijn die deuren die op de vluchtroutes liggen. Het Bouwbesluit 2012 schrijft voor dat een nooddeur:

  • alleen gebruikt mag worden voor het ontvluchten bij calamiteiten en dus niet is bedoeld voor regulier gebruik;
  • altijd zonder sleutel te openen moet zijn, bijvoorbeeld met een zogeheten ‘panieksluiting’;
  • geen schuifdeur mag zijn.

Verder geeft het Bouwbesluit 2012 aan dat een vluchtroute minstens 85 cm breed moet zijn en zeker 2,3 meter hoog. Voor nooddeuren geldt dat deze ook minimaal 85 cm breed moeten zijn met een maximum van 2,5 meter. Voor de hoogte van de nooddeuren geldt een minimum van 2,3 meter en een maximum van 2,5 meter.

Gewone deuren om een gebouw mee te binnenkomen en te verlaten, kunnen natuurlijk ook dienen om mensen het gebouw te laten ontvluchten, maar dat zijn dan officieel geen nooddeuren.

NEN-EN 179 en NEN-EN 1125

Er zijn geen normen voor nooddeuren als geheel, maar wel voor hun hang- en sluitwerk. Norm NEN-EN 179:2008 Mechanische noodsluitingen bij deurkrukken betreft de minimale eisen aan nooddeuren in gebouwen met beperkte toegang. In zo’n gebouw hoeven bij een ontruiming dus relatief weinig mensen naar buiten. De deuren hebben een deurkruk of drukplaat.

 

De norm NEN-EN 1125 Mechanische panieksluitingen bij paniekstang of duwbalk is bedoeld voor gebouwen waar het publiek vrije toegang heeft. Als een grote groep mensen een gebouw dat ze niet (goed) kennen, moe­ten verlaten, stelt dat andere eisen aan de nood­deuren. Deze deuren hebben een panieksluiting, een horizontale bedienings­stang om de deur te openen.

 

Verder bepalen beide normen dat een vluchtdeur niet zwaarder mag zijn dan 200 kilo. Ook mogen er bij een geopende deur geen uitstekende of hakende obstakels aanwezig zijn en mag de duwkracht voor bediening van de duwstang, duwbalk, pushpad of krukset niet meer 8 kilo bedragen.

Veiligheidssignaleringen

Uw medewerkers moeten duidelijk kunnen zien waar de nooddeuren zich bevinden. Dit kan door middel van de bekende groene bordjes, waarop een witte pijl uit een wit vierkant wijst of waarbij een witte pijl naar een witte deur wijst. De borden met een wit figuurtje dat door een uitgang rent, waarachter een pijl staat, zijn vluchtwegaanduidingen.

Alle veiligheidssignaleringen moeten voldoen aan NEN-EN-ISO 7010 (en NEN 3011:2015 nl, die aansluit op NEN-EN-ISO 7010). Bij een inspectie let de brandweer altijd goed op de zichtbaarheid van de nooduitgangbordjes. Zoals al bleek uit het Bouwbesluit is het belangrijk dat nooddeuren gemakkelijk te openen zijn.

Makkelijk te openen

Mensen die in paniek zijn, moeten niet hoeven friemelen met een sleutel, maar ze moeten de deur in een simpele beweging kunnen openen, zonder dat er veel kracht voor nodig is en ook als er achter hen mensen staan te dringen. Daarom is er de ‘panieksluiting’, een horizontale bedieningsstang ongeveer een meter boven de grond.

Vluchtende werknemers kunnen deuren met de vluchtrichting mee gemakkelijk in één beweging naar buiten openen door de stang naar beneden te duwen. Daarbij is er rekening mee gehouden dat mensen in paniek minder kracht kunnen zetten dan ze normaal zouden kunnen.

Het is echter niet de bedoeling dat mensen de deur aan de buitenkant kunnen openen en zo – onbevoegd – in uw pand kunnen komen. De panieksluiting is daarom zó ontworpen dat mensen de deur alleen aan de binnenkant van het gebouw kunnen openen. Vanaf de buitenkant kan de deur niet open.

Er bestaan ook deuren met exit controls. Dit zijn groene alarmkastjes die automatisch worden geactiveerd als iemand de nooddeur opent. Daardoor springt de deur open en ze zetten eventueel ook het ontruimingsalarm in werking. Deze controls werken met een klink of met de horizontale bedieningsstang. Resetten kunt u alleen met een sleutel.

Sleutels en obstakels

Met die sleutel kunt u dan ook de deur gebruiken zonder dat het alarm afgaat. Sommige versies hebben een vooralarm, dat mensen waarschuwt die zonder sleutel de deur openen. Als ze de klink of stang loslaten, stopt het alarm weer.

Misschien hangen in uw organisatie nog wel sleutelkastjes. Dit zijn kleine rode kastjes met gemakkelijk breekbaar glas waar vluchtende werknemers de sleutel van de nooddeur uit konden halen als ze het gebouw uit moesten. Dit was om te voorkomen dat mensen van buiten het pand binnen konden dringen. U kunt zich voorstellen dat dit veel vertraging bij ontruiming opleverde, zeker omdat mensen in paniek (met een dringende menigte achter zich die ook naar buiten wil) niet zomaar een sleutel hanteren.

Daarom zijn sleutels en sleutelkastjes inmiddels verboden in het Bouwbesluit en in de praktijkrichtlijnen van de brandweer. Behalve dat de deur met een sleutel openmaken te lang duurde, werden de kastjes ook vaak vernield en de sleutels meegenomen, waardoor de sleutels er niet waren op het moment van de ontruiming.

Maar het gaat niet alleen om de deuren zelf. De omgeving van de nooddeuren is minstens zo belangrijk. Uw medewerkers moeten de deuren immers ook zonder problemen kunnen bereiken.

In de praktijk komt het maar al te vaak voor dat de weg naar de deuren (tijdelijk) belemmerd is. Ook even neerzetten van een leeg ziekenhuisbed of een schoonmaakkar kan al grote problemen opleveren bij een calamiteit. Verder kan de buitenkant van de deur problemen opleveren. Een nooddeur draait altijd naar buiten open en bijvoorbeeld een tegen de deur geparkeerde fiets kan de deur blokkeren.

Paniek? Dan liever de bekende weg

Uw medewerkers gebruiken nooddeuren niet dagelijks. Dit kan een probleem zijn bij noodsituaties.

 

Het is namelijk gebleken dat mensen die in paniek zijn eerder de bekende weg naar buiten nemen dan nooddeuren gebruiken. Dat is natuurlijk niet handig. Daarom is het belangrijk om uw medewerkers vertrouwd te maken met de nooddeuren, de weg ernaartoe en de ruimte achter de deur. Waar leidt deze naartoe?

 

Dit gebeurt natuurlijk tijdens de calamiteitenoefeningen. Als u die niet regelmatig houdt, laat uw (nieuwe) medewerkers dan de nooddeuren zien en openen en de weg erachter verkennen, bijvoorbeeld als onderdeel van een werkoverleg of een veiligheidsinstructie.

 

Als ze de weg naar buiten via de nooddeuren kennen, zullen ze die in panieksituaties ook sneller benutten.

Buitenkant nooddeur

Geef ook aan de buitenkant van een nooddeur dus aan dat de uitgang altijd vrijgehouden moet worden. Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat uw medewerkers eenmaal buiten het pand ook hun weg kunnen vervolgen.

De nooddeur moet niet uitkomen op een binnenplaats of een plat dak zonder brandtrap, waar ze vast komen te zitten.

Ook aan de buitenkant moet een nooddeur goed verlicht zijn. Kijk dus vooral ook voorbij de nooddeuren naar de rest van de vluchtweg.