VERDIEPINGSARTIKEL

Arbeidsongevallen voorkomen

Elke werkdag krijgt in Nederland zeker één werknemer een arbeidsongeval met letsel, zoals (deels) verlies van een lichaamsdeel of erger. Zoals u misschien ook weleens van werkgevers hoort: arbeidsongevallen lijken onvermijdelijk. Maar u kunt zeker veel doen om het aantal ongevallen te verminderen en de omstandigheden te verbeteren. Wat kunt u als arboadviseur voor de organisatie en de mensen betekenen?


6 juli 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Geen werknemer of leidinggevende wil het meemaken, en toch gebeuren er ernstige arbeidsongevallen. De gevolgen zijn navenant. Ze bezorgen de betrokken medewerker en diens naasten leed. De sfeer en verhoudingen op het werk lijden eronder, dus ook de productiviteit. Een boete van de Inspectie voelt wrang, voor de rechter moeten komen is dramatisch.

Basis is de RI&E

Voor het voorkómen van arbeidsongevallen is uw arbozorg de basis. Dat begint met een goede risico-inventarisatie en -evaluatie (toolbox), zo nodig getoetst door een deskundige. Van de arbodienstverleners is de veiligheidskundige (V&A) hier dé expert. Als uw branche of werksoort bovengemiddeld veel arbeidsongevallen kent, loont het om hem te consulteren.

Bij (enigszins) risicovol werk is vooral de gewoontevorming een grote boosdoener. Jarenlang werken mensen bijvoorbeeld niet helemaal veilig bij een machine, want ‘dat gaat altijd goed’. Ze houden die werkwijze dus aan. Tot het een keer fout gaat, met soms verschrikkelijke gevolgen.

U moet dus telkens de actualiteit en kwaliteit van de arboaanpak checken: kloppen onderhoud van arbeidsmiddelen, voorlichting en toezicht? Is er zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen? Zijn er inmiddels misschien betere beschermende maatregelen? U voorkomt er mogelijk een ernstig ongeval mee. Bovendien: als dat allemaal in orde is, geeft de Inspectie SZW (ISZW) een lagere boete als zich toch een ernstig ongeval voordoet.

Arbeidsongeval melden bij Inspectie SZW

Arbowet artikel 9 verplicht uw organisatie om arbeidsongevallen die leiden tot de dood, blijvend letsel of ziekenhuisopname direct te melden bij de Inspectie. De werkgever moet die ernstige arbeidsongevallen registreren, en dat geldt trouwens ook voor arbeidsongevallen die leiden tot meer dan drie werkdagen verzuim.

Het doel is om ervan te leren, maar dat is eigenlijk te laat. Arbocatalogi, branche-informatie, rapporten van de Inspectie SZW: het zijn nuttige bronnen om u te helpen arbeidsongevallen te voorkomen. Kijk op ‘Veiligheid op het werk’ op Arboportaal.nl of rivm.nl/veilig-werken.

Rol van de arboadviseur

Een goede arboadviseur krijgt zicht op dreigende ongevallen door (informeel) contact met de mensen. Dat gaat het beste bij goede verstandhoudingen in de organisatie. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze niet benadeeld worden voor het bespreekbaar maken van vervelende situaties, van foutjes van henzelf of anderen.

De arboadviseur raadt dus de werkgever aan een taart beschikbaar te stellen: voor de afdeling die in haar werkoverleg voorvallen bespreekt en de arboadviseur informeert. Analyses van ongevalscijfers geven aandachtspunten.

  • Jongeren onder de 25 jaar krijgen verhoudingsgewijs meer arbeidsongevallen, mogelijk door gebrek aan ervaring. Maar 55-plussers maken ook bovengemiddeld vaak arbeidsongevallen mee, net als uitzend- en andere tijdelijke krachten, stagiaires en leerlingen en mensen met een andere moedertaal.
  • Sommige experts wijzen op pieken aan het begin van een werkdag, aan het eind van de dag en op de laatste werkdag van de week, vanwege vermoeidheid.
  • ISZW ziet verhoudingsgewijs veel ernstige ongevallen bij werkgevers met hoogstens negen werknemers. Een goede verklaring is er niet, het belang van opletten in het mkb is duidelijk.
  • Machinerie en systemen geven ongevalsrisico’s, vooral aan het begin en het eind van hun levensduur (‘kinderziekten’ en ‘ouderdomsverschijnselen’).
  • Ploegendienst en niet-standaard werktijden zijn eveneens een risicofactor, net als fysiek zwaar werk en werk met gevaarlijke stoffen.
  • Mensen die weinig sociale steun in het werk ervaren, krijgen vaker een ongeval. Dat geldt eveneens voor mensen die emotioneel belastend werk doen, of gepest of geïntimideerd worden.

Registreer ongevallen zonder letsel

Er zijn ook arbeidsongevallen zónder persoonlijk letsel: volgens landelijke cijfers jaarlijks bijna twee per werknemer. Soms is daarbij wel schade aan apparatuur of inboedel van de werkgever of eigendommen van de werknemer.

Veiligheidskundigen hanteren soms de vuistregel dat op elke 330 arbeidsongevallen van eenzelfde type er 300 geen letsel veroorzaken, 29 een klein letsel en 1 een ernstig letsel.

Arbeidsorganisaties die gezond en veilig werk serieus nemen, zorgen dat ze weten dat zich arbeidsongevallen zonder letsel of schade hebben voorgedaan. En bijna-ongevallen tellen ook: bijvoorbeeld het ontbreken van een beveiliging, wat een machine-operator nog net voor het opstarten merkt. Benut het geluk bij een bijna-ongeluk!

Benut het geluk bij een bijna-ongeluk!

Een arboadviseur doet er goed aan zulke situaties te registreren, te analyseren en er zo nodig een vervolgactie aan te koppelen. De werkwijze is gelijk aan het onderzoek na arbeidsongevallen. De uitvoering is eenvoudiger, want er is minder sprake van schuld, emoties en verwijten.

Bewegend

Veel ernstige arbeidsongevallen hebben te maken met bewegende onderdelen van apparatuur. Het is een belangrijke basis van veiligheid dat die onderdelen afgeschermd moeten worden. Maar nu komt er een onderhoudsmonteur en die vergeet de afscherming terug te zetten. Er gebeurt een ongeluk. Is dat ‘een menselijke fout’ of speelt er meer?

Communiceren de onderhouds- en productiemedewerkers goed met elkaar? En met de schoonmakers? Geeft de machine een signaal bij het starten zonder afscherming? Letten de ploegleiders alleen op productiviteit, of ook op veilig werken? Is dat een punt in hun functioneringsgesprekken met hun leidinggevenden? Hoort het bij hun taken om gezond en veilig werk te stimuleren?

Menselijke fout

Een van de methoden om ‘een menselijke fout’ uit te diepen, is volgens consultants ‘5 x Waarom’. Een simpel voorbeeld: een man is van een steiger gevallen. Hij stapte achteruit voor beter overzicht over z’n werk, en viel. De ongevalsonderzoeker vraagt door:

  1. Waarom bent u niet tegen de valbeveiliging aangelopen?
  2. Waarom was die niet aangebracht?
  3. Waarom vond u de planning halen belangrijker dan de beveiliging aanbrengen voor ‘even een klein klusje’?
  4. Waarom wilde u gedoe met de projectleider voorkómen?
  5. Waarom is het achterlopen niet eerder bij hem gesignaleerd, en is gevraagd om hulp of een aangepaste planning?

Veel werk, hoge fysieke belasting, ongewenste omgangsvormen van collega’s, leiding of derden: ‘gewone’ arborisico’s werken ongevallen in de hand. TNO wijst daarop in de Arbobalans 2020. Arbeidsongevallen voorkómen staat of valt met goed arbobeleid, over de volle breedte.

Ongevalsonderzoek helpt organisaties om toekomstige incidenten te voorkomen

Goede werkgevers registreren en onderzoeken élk arbeidsongeval. Kleine incidenten zijn immers een voorbode van erger. Grotere bedrijven laten de ongevallen soms doorlichten door een ander dan de arbodeskundige die over de veiligheid geadviseerd heeft.

 

Wegwijs

In kleinere organisaties is het onderzoek de taak van de preventiemedewerker of arboadviseur. Is er in uw organisatie nooit een arbeidsongeval geweest? Dat komt helaas hoogst zelden voor!

 

Hoe dan ook is aan te raden dat u zich oriënteert op ongevalsonderzoek, zodat u voorbereid bent. Uw arbodienstverlener of branche kan u wegwijs maken in de diverse methoden en registratieformulieren. Na een ongeval is bedrijfshulpverlening aan de orde: zo nodig het werk stilleggen en de getroffene opvangen.

 

Het onderzoek begint ook: foto’s (laten) maken, noteren wie erbij waren. Het uiteindelijke ongevalsrapport beschrijft het volgende:

  • de locatie, uitleg over werkwijze en focus van het onderzoek, namen en functies van onderzoekers en ‘onderzochten’;
  • de context: de omstandigheden, wat deden de betrokkenen voor, tijdens en na het incident;
  • het incident: in detail hoe het heeft plaatsgevonden, hoe dat heeft kunnen gebeuren, de gevolgen; aandachtspunten zijn de techniek, de procedures en het gedrag; wat ging er mis, hoe werkte het een in op het ander;
  • achterliggende oorzaken: vaak noteert men ‘een menselijke fout’. Dat dekt soms niet de lading. Was de fout er door gebrek aan voorlichting en toezicht? Was de medewerker vermoeid vanwege het steeds haperen van een (oude) machine? Kon hij bij iemand klagen?
  • Tot slot de conclusies en aanbevelingen. Betrek de mensen zelf erbij, zij zijn de praktijkexperts! Denk met hen mee over het oplossen van de gevonden oorzaken, en geef hen de verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor het (laten) uitvoeren van de aanbevelingen. Neem bij twijfel een expert in de arm.