VERDIEPINGSARTIKEL

Ook tijdelijke werknemers goed beschermen

Uitzendkrachten zijn relatief vaak slachtoffer van arbeidsongevallen. Maar dit geldt ook voor andere ‘ongewone’ werkenden. Arbeidsorganisaties schieten dus nogal eens tekort in hun zorg voor deze groep werkenden. Dit komt vaak door gebrek aan aandacht of actuele kennis, met risico’s als gevolg. Wat moet u als arbo-adviseur weten?


16 maart 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Iedereen met een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling van uw werkgever is voor de Arbowet een werknemer. Die moet gezond en veilig kunnen werken. De definitie van werknemer in het eerste artikel van de Arbowet omvat óók een uitzendkracht, officieel iemand die aan uw organisatie “ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid”. Bij een arbeidsongeval kan zowel een uitzendkracht als het uitzendbureau uw werkgever aansprakelijk stellen. Maar de wet ziet ook diverse ‘bijzondere’ werkenden als ‘gewoon’ te beschermen werknemer:

  • stagiaires (met of zonder vergoeding);
  • mensen op tijdelijke arbeidscontracten;
  • oproep-, inval-, uitleen-, payrollings-, detacherings- en stukwerkkrachten.

Er zijn tot wel dertig benamingen voor deze – meestal flexibele – krachten. En het gaat om een aanzielijke groep: 30% van alle arbeidsuren in ons land wordt geleverd door anderen dan werknemers in vaste dienst. Kenmerk is dat ze werken ‘onder gezag’. Als ze opzeggen, verliezen ze loon en een ander bepaalt hun werk en werkwijze. Die ander geldt dus als werkgever en moet gezond en veilig werken mogelijk maken.

Bijzondere categorieën van werknemers

Goed arbobeleid begint met de risico-inventarisatie- en -evaluatie. Artikel 5, eerste lid van de Arbowet bepaalt dat de RI&E ingaat op risico’s en maatregelen 'voor bijzondere categorieën van werknemers'.

Daarbij kunt u denken aan werknemers voor wie de arboregelgeving speciale regels stelt, zoals jeugdigen en zwangeren. U kunt verder denken aan parttimers en alle mensen over wie dit verhaal gaat. Als ze minder werkuren maken, ontsnapt het snel aan de aandacht dat ze voorlichting en begeleiding nodig kunnen hebben voor hun werk. Uit onwetendheid kunnen ze ook nog eens een risico voor anderen vormen.

Wat betreft uitzendkrachten is het wettelijk verplicht dat het uitzendbureau de nodige informatie uit de RI&E krijgt om de uitzendkracht te informeren. Voor alle anderen is zoiets ook zeker nuttig.

Positie van vrijwilligers in de arbowet

Horen vrijwilligers ook thuis in dit rijtje? Je zou kunnen denken dat zij vrij zijn werk te weigeren omdat ze geen loon verliezen. Anderzijds maken ze afspraken, al is het maar onderling, waardoor wél sprake zou kunnen zijn van werk onder gezag. Verwarring daarover is door een arbowetswijziging verduidelijkt.

Er gelden verplichtingen in specifieke situaties. Bij vrijwilligerswerk met biologische agentia of gevaarlijke stoffen als asbest, springstoffen, vluchtige stoffen en micro-organismen is een RI&E verplicht. Zo ook bij een verbouwing van het pand.

Horen vrijwilligers ook thuis in dit rijtje?

Bij ander vrijwilligerswerk is er geen RI&E-plicht. Wel gelden specifieke arbovoorschriften, met name bij werken op hoogte, zware fysieke belasting, kans op gehoorbeschadiging en in een heel koude of juist hete omgeving. Vrijwilligers bij de brandweer en de politie zijn in deze opzichten dus wel ‘gewoon werknemer’.

En neem vrijwilligers in natuuronderhoud: als die zwerfafval inzamelen, vallen ze niet onder zulke specifieke arbovoorschriften, maar wel als ze boomtakken afzagen of ander werk doen met gevaarlijke arbeidsmiddelen.

Arboverantwoordelijkheden voor 'derden'

Er is ook een bepaalde verantwoordelijkheid voor ‘derden’. Artikel 10 van de Arbowet bevat hierover een vrij algemene bepaling: de werkgever moet voorkomen dat in of nabij de arbeidsplaats(en) gevaar is voor andere personen dan de werknemers. In een gebouw kan het nodig zijn om bezoekers te begeleiden, voor hun eigen veiligheid en die van de anderen. Bij een verbouwing moeten voorbijgangers beschermd worden.

In het verleden werd dit artikel in de Arbowet gebruikt voor veiligheid van klanten in een supermarkt, patiënten en bezoekers in een ziekenhuis of bezoekers van een museum of theater. Dat geldt niet meer.

Voor cliënten en bezoekers in de zorg hebben de zorgbranches veiligheidsprotocollen. Zorg voor publiek is opgenomen in het stelsel van gebruiksvergunningen van de veiligheidsregio’s en gemeenten. Dat betreft brandveiligheid en basishulpverlening. Deels valt dat samen met de bedrijfshulpverlening op grond van de Arbowet: die moet ook voorzien in alarmeren en evacueren van anderen dan werknemers.

Positie van zzp'ers in de Arbowet

Veel organisaties werken bij bepaalde projecten met zzp’ers. Ook termen als freelancer, éénpitter of eenmanszaak worden hiervoor gebruikt. De Arbowet duidt als ‘zelfstandige’ iemand aan die arbeid verricht zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn.

De alleenwerkende zelfstandige hoeft alleen aan arboregelgeving te voldoen qua gevaar voor derden en ernstige risico’s zoals asbest. In het verleden gold dat ook bij werk met anderen, maar het is aangepast in de wet.

Wanneer zelfstandigen met elkaar werken of met werknemers op dezelfde arbeidsplaats, moeten ze zich houden aan alle wettelijke maatregelen om arbeidsrisico’s te verminderen. Dit komt voor de zelfstandigen neer op dezelfde bescherming als ‘gewone’ werknemers.

De rol van de bedrijfsarts bij tijdelijke werknemers

De bedrijfsarts moet te consulteren zijn voor alle werkenden, maar de werkgever hoeft bij kortdurend werk geen PAGO/PMO aan te bieden. Een arbeidsgezondheidskundig onderzoek kan bij sommige soorten werk wel verplicht zijn.

 

Bij ziekte heeft de bedrijfsarts alleen een rol bij die werknemers voor wie de werkgever verplicht is tot (gedeeltelijke) loondoorbetaling en re-integratie. Bij ziek gemelde werknemers van wie het tijdelijk contract is afgelopen, verzorgt UWV uitkering en re-integratie met zo nodig een UWV-arts. Dat geldt ook voor uitzendkrachten met een zogeheten uitzendbeding; voor andere uitzendkrachten verzorgt de ‘uitlener’ (het uitzendbureau) loondoorbetaling en re-integratie.

 

Voor oproep- of invalkrachten en mensen met een nul-urencontract moet de werkgever doorbetalen tijdens de oproepperiode, daarna is soms een ziektewetuitkering van UWV mogelijk.

 

Voor anderen die niet in loondienst zijn, geldt er formeel geen enkele verplichting na ziekmelding. Maar menselijke belangstelling kost niets en helpt altijd. Contact, een telefoontje, een bloemetje: ze bevorderen het hervatten van werk.

Verschillen zzp'ers en werknemers

Zelfstandigen hoeven geen RI&E voor zichzelf te maken. De opdrachtgever kan hen uitsluiten van werk bij schending van de regels, ze kunnen een boete krijgen van de Inspectie bij overtreding. U als arbo-adviseur behandelt zzp’ers dan ook als ‘gewone werknemers’.

De leidinggevenden moeten toezicht houden op het werk van zelfstandigen. De werkgever kan de werknemers een cursus of training laten volgen voor gezond en veilig werk. Dat is voor rekening van de werkgever. Maar het staat hem vrij om zelfstandigen daarvoor te laten betalen, en het staat hen dan op hun beurt vrij om de klus te weigeren.

Stel: uw organisatie huurt een zzp’er in voor gespecialiseerd montagewerk. Hij doet de klus alleen en gebruikt daarbij een rolsteiger van uw werkgever. Wat nu als die ondeugdelijk blijkt, waardoor de monteur valt en zijn been breekt? Uw werkgever moet niet verbaasd zijn als hij maanden inkomstenderving aan de monteur moet vergoeden. Dat vloeit voort uit de zorgplicht die een opdrachtgever heeft vanuit het Burgerlijk Wetboek.

Die plicht is niet helemaal gelijk aan die van de werkgever ten opzichte van z’n werknemers.

Die plicht is niet helemaal gelijk aan die van de werkgever ten opzichte van z’n werknemers. Bij een opdracht aan een derde oefent de opdrachtgever geen gezag uit. Hij kent dat werk vaak niet eens: denk aan werknemers van een leverancier die een nieuwe machine komen plaatsen, of een externe elektricien. Zijzelf of hun eigen werkgever zijn arboverantwoordelijk voor hun specifieke (onderhouds)werk. Een ongeval daarbij is de opdrachtgever niet aan te rekenen.

Maar dat kan wel zo zijn bij werk met gereedschappen of andere arbeidsmiddelen van de opdrachtgever, of bij een ongeval op de route naar de werkplek. Het helpt om goede afspraken vooraf te maken en de arbozaken voor ‘gewone’ werknemers op orde te hebben.

Neem maatregelen in de RI&E op

Het Arbobesluit bevat in artikel 9.5 en volgende de precieze verplichtingen. Het is lastig maar toch de moeite waard dat te bestuderen. Verwerk die zo nodig in uw RI&E. Zorg dat er voor stagiaires een vaste begeleider is: die kan dan namelijk ervaring opbouwen.

Een onafhankelijk adviseur kan bekijken of de aansprakelijkheidsverzekering van uw organisatie op orde is. Zo kadert u de zorg voor ‘ongewone’ werkenden in: heel gewoon. Praktische informatie over verantwoord uitzendwerk vindt u op doorzaam.nl. Kijk zo nodig op vrijwilligerswerk.nl.

Maak snel en eenvoudig een RI&E

Iedere werkgever moet verplicht een risico-inventarisatie en - evaluatie (RI&E) hebben. En dat is nog niet zo eenvoudig vanwege de vele regels die daarbij gelden. Deze toolbox helpt u snel en eenvoudig een RI&E te maken die voldoet aan alle eisen.