Contract verbiedt concurrentie niet, maar rechter wel

Soms ontbreekt in een koopovereenkomst een non-concurrentiebeding. Maar dat betekent nog niet dat de ondernemer zomaar de concurrentie aan mag gaan met zijn ‘oude’ onderneming, blijkt uit het oordeel van de rechtbank in Haarlem.

8 maart 2021 | Door redactie

Als een ondernemer kiest voor bedrijfsoverdracht, dan kan de koper besluiten om de verkoper nog een tijd in dienst te houden. Dat kan soms nuttig zijn om de overgang soepel te laten lopen. Het kan ook noodzakelijke veranderingen in de weg staan. Wil de verkoper niet blijven ‘plakken’, dan is het handig om vast te leggen dat de verkoper niet morgen een soortgelijke onderneming mag starten, zoals een concurrentiebeding in een arbeidscontract.

Onenigheid over de bedrijfsvoering

In deze zaak ontbrak zo’n beding in de koopovereenkomst. Het ging om de overname van een onderneming in bedrukte artikelen. De verkopende ondernemer bleef nog een tijdlang in dienst van de koper, maar op een gegeven moment ontstond er onenigheid over de bedrijfsvoering. Daarop vertrok de ondernemer. Niet lang daarna startte hij een nieuwe onderneming in bedrukte artikelen. In een mail kondigde hij die firma ook aan. Met daarin onder meer: ‘Zoals u weet heb ik eind november 2020 afstand moeten nemen van het bedrijf dat vanaf 1989 onder mijn hoede was’. De mail eindigde met ‘ik hoop u (…) weer als klant te mogen verwelkomen’.
De koper van de onderneming stapte hierop naar de voorzieningenrechter, om de ondernemer te verbieden om de komende twee jaar een concurrerende onderneming te runnen. 

Rechter legt concurrentieverbod op

De rechter merkte op dat in de ‘zeer summiere’ koopovereenkomst niets stond over een verbod op concurrentie. Maar dat betekent niet dat het de ondernemer ‘dus’ vrijstaat om na de verkoop een vergelijkbare onderneming te starten die zich richt op dezelfde activiteiten, aldus de rechter. Naast wat er letterlijk in het contract stond, was namelijk ook van belang wat de verwachting van de partijen was geweest. In dit geval ging het om een overnameovereenkomst, en zo’n contract ‘verzet zich er in de regel tegen’ dat de verkoper zijn ‘oude’ onderneming gaat beconcurreren. Door de aard van de overeenkomst mocht de koper er dus op vertrouwen dat deze concurrentie niet zou plaatsvinden. En die dreiging was er wel degelijk, zo maakte de voorzieningenrechter op uit de correspondentie. De rechter legde dan ook een concurrentieverbod op voor de verkopende ondernemer, maar dan wel voor de duur van één jaar in plaats van de geëiste twee. Ook moest hij in die periode de geregistreerde domeinnaam van zijn nieuwe firma offline houden.
Rechtbank Noord-Holland, 22 februari 2021, ECLI (verkort): 1271