Ongebruikelijke tbs hangt af van hoogte borg

Het beleid van de bank ten aanzien van borgstellingen bepaalt of er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling. Het meerdere boven het maximale bedrag van de borgstelling is een ongebruikelijke terbeschikkingstelling en belast in box 1 tegen het progressieve tarief. Dit blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag.

18 augustus 2011 | Door redactie

Een ongebruikelijke terbeschikkingstelling ziet onder andere op het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een bv waarin bepaalde naaste familieleden een aanmerkelijk belang hebben. Er is sprake van een gebruikelijke terbeschikkingstelling als:

  • terbeschikkingstelling van een vermogensbestanddeel in het algemeen gebruikelijk is;
  • overeengekomen voorwaarden zakelijk zijn; én
  • de terbeschikkingstelling maatschappelijk gebruikelijk is in de gegeven familierelatie.

Een gebruikelijke terbeschikkingstelling valt in box 3 en is belast tegen een effectief tarief van 1,2%. Is het een ongebruikelijke terbeschikkingstelling dan is dit belast in box 1 tegen het progressieve tarief. Of sprake is van een ongebruikelijke transactie hangt af van de feiten en omstandigheden. Dit bleek ook uit een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. In deze zaak stonden de schoonvader en zijn partner borg voor leningen aan de bedrijven van de schoonzoon voor een bedrag van € 612.603. In 2001 sprak de bank de schoonvader aan als borg voor het totale bedrag. De schoonvader bracht samen met zijn partner ieder 50% van de borg ten laste van box 1. De inspecteur was het daar niet mee eens.

Gebruikelijke borgstelling

Bij Hof Den Haag moesten deskundigen aangeven of deze borgstellingen in familieverband gebruikelijk waren. Hieruit bleek dat dit afhankelijk was van het bankbeleid en de situatie van de ondernemer. Bij een startende ondernemer was het niet gebruikelijk dat de borgstelling meer bedroeg dan € 200.000, bij een bestaande onderneming meer dan € 500.000 en bij een onderneming in moeilijkheden meer dan € 250.000. Voor de schoonvader hield dit in dat hij het inkomen in box 1 kon verminderen met € 182.302 ((€ 612.603 -/- € 250.000) x 0,5)). De gebruikelijke borgstelling van € 250.000 valt dan in box 3.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 28 juni 2011, LJN: BR2600