Onzakelijke lening bij overdracht aan zoon

Verkoopt u de aandelen van uw werkmaatschappij aan een andere bv? Dan mag u de vordering van de koopsom alleen afwaarderen als de overdracht op zakelijke gronden is gestoeld en er voldoende zekerheden zijn. Dit oordeelde Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onlangs.

11 juni 2015 | Door redactie

In die zaak draaide het om een holding die de aandelen van de werk-bv in het kader van een bedrijfsoverdracht verkocht aan een andere bv. De dga van de holding was de vader van de dga van die andere bv, en de bv van de zoon betaalde de koopsom voor de aandelen niet. Er was namelijk een schuldbekentenis opgesteld. De bv van de zoon zou jaarlijks 4% rente betalen over het openstaande bedrag, hoewel de holding-bv van de vader geen zekerheden had bedongen. In de eerste jaren betaalde de zoon jaarlijks een bedrag aan rente en aflossingen, maar in latere jaren bleven de betalingen achterwege. 

Koopsom werd onzakelijk lening

Tien jaar na de verkoop wilde de bv van de vader het resterende deel van de vordering op zijn zoon afwaarderen in de VPB-aangifte, maar daar ging de inspecteur niet mee akkoord. De dga stapte hierop naar de rechter. Daar betoogde de inspecteur dat het van voren de bedoeling was geweest dat de zoon nooit de volledige koopsom zou afbetalen. Zover wilde de rechter niet gaan, maar hij oordeelde wel dat er sprake was van een onzakelijke lening. Toen de bv van de zoon stopte met aflossen, had de bv van de vader namelijk niet alles in het werk gesteld om het geld terug te krijgen. Bovendien waren er helemaal geen zekerheden gesteld. Volgens de rechter zou een onafhankelijke derde geldverstrekker met deze zaken nooit hebben ingestemd. De bv van de vader mocht de schuld dus niet afwaarderen en in mindering brengen op de winst.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 mei 2015, ECLI (verkort): 3506