De vent is de tent, de vrouw is het gebouw en de goodwill is vijf keer de winst. Aan dooddoeners geen gebrek als het gaat om de waardering van de dga bij een bv. Die clichés komen ongetwijfeld ergens vandaan, maar hoe bepaal je nu het prijskaartje van de dga bij verkoop van een bv? En, of je nu verkoper of koper bent, wat is verstandig om af te spreken?
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Bert van Mieghem, advocaat ondernemingsrecht bij Wybenga Advocaten, e-mail: vanmieghem@wybenga-advocaten.nl
Stel: je verkoopt jouw goed draaiende bv. Alle activa worden netjes volgens afspraak geleverd en je gaat van je pensioen genieten. Na een jaar is de helft van de klanten vertrokken en zijn alleen nog de personeelsleden over die nergens anders aan de bak kwamen. Het belangrijkste onderdeel van de bv zat dus niet bij de deal inbegrepen: jij, de eigenaar.
Maar het is lang niet altijd zo dat de eigenaar zelf een belangrijk pluspunt is. Soms is het juist hoog tijd dat de eigenaar uit beeld verdwijnt en wordt de onderneming daar alleen maar beter van.
Het probleem is dat een koper van tevoren vaak niet weet of de dga van wie hij koopt een klantenmagneet is of juist een sta-in-de-weg. En soms zijn juist bepaalde