Gerechtshof zet mes in huurkorting om corona

Het gerechtshof in Amsterdam heeft de huurkorting die een hotel eerder van de rechtbank had gekregen fiks verlaagd. Volgens het hof heeft de rechtbank verkeerd gerekend bij het bepalen van de financiële pijn van de coronacrisis voor het hotel.

20 september 2021 | Door redactie

Huurders en verhuurders treffen elkaar in de coronacrisis geregeld in de rechtszaal. Dat gaat vaak om ondernemers die door de overheidsmaatregelen verplicht de deuren dicht moesten houden en met de verhuurder van hun bedrijfspand geen afspraken konden maken over compensatie. Zij willen via de rechter een korting op de huurprijs afdwingen.

Rechters verdelen ‘financiële pijn’ corona fiftyfifty

Tot nu toe is de lijn in dergelijke rechtszaken dat rechters de ‘financiële pijn’ fiftyfifty verdelen tussen huurder en verhuurder. Op die manier hoeft de huurder niet de hele huurprijs te betalen, maar 50%. Wel houden rechters inmiddels rekening met de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Die regeling dekt een deel van de vaste lasten van ondernemers. In het tweede en derde kwartaal van 2021 is de tegemoetkoming 100% van de berekende vaste lasten. Daardoor is er eigenlijk geen sprake meer van pijn die verdeeld moet worden, en kan een huurkorting achterwege blijven.
De vraag die rees bij het Amsterdamse hof was: hoe moet de financiële pijn berekend worden? Het ging hier om een hotel dat van overheidswege het restaurant op slot moest doen. Overleg met de verhuurder over financiële verlichting leverde geen overeenstemming op. En dus vroeg het hotel de rechter om een huurkorting.

Gerechtshof kijkt naar impact op vaste lasten

De rechtbank in Amsterdam kende het hotel eerder een huurkorting van 50% toe, voor zeven maanden: van november 2020 tot en met mei 2021. Met een huurprijs van ruim € 1 miljoen per jaar komt die 50%-korting voor zeven maanden neer op een bedrag van pakweg € 294.000.
De verhuurder was het niet eens met de methode van de rechtbank, en het gerechtshof dacht daar hetzelfde over. De rechtbank keek vooral naar de impact van corona op de omzet van het hotel, en telde ook de ontvangen TVL op bij de omzet. Het hof vond die benadering onjuist en keek naar de daadwerkelijke vaste lasten. Als de overheid al een deel van de huur compenseert, hoeft de verhuurder daar niet ook nog voor op te draaien. Het hotel had verklaard dat de TVL die zij in de eerste twee kwartalen van 2021 had ontvangen hoger was dan de vaste lasten. Daarom zette het hof een streep door de huurkorting voor 2021. Voor de maanden november en december berekende het hof de huurkorting op basis van de impact op de vaste lasten. Die kwam uit op ruim € 65.000. Een flinke verlaging ten opzichte van het vonnis van de rechtbank dus.
Gerechtshof Amsterdam, 14 september 2021, ECLI (verkort): 2728