Belastingdienst mag neuzen in gebruiksgegevens Museumkaart

De organisatie achter de Museumkaart moet gegevens van kaarthouders delen met de Belastingdienst. De rechter vindt dat het belang van 'correcte belastingheffing' zwaarder weegt dan de privacy van de kaarthouder.

20 november 2018 | Door redactie

Houders van de Museumkaart kunnen gratis naar musea in Nederland. Aan de hand van bezoekgegevens kan de fiscus dus mooi nagaan waar in het land de kaart gebruikt is. In deze zaak vroeg de Belastingdienst de gebruiksgegevens van een kaarthouder op om vast te kunnen stellen of diegene in Nederland verbleef in plaats van in het buitenland. En dus ook hier belastingplichtig (tool) was.

Belastingdienst mag derdenonderzoek doen voor heffing

Maar de Stichting Museumkaart had er geen trek in om die gegevens te verstrekken. Dat zou een veel te grote inbreuk maken op de privacy van de kaarthouder. De stichting verwees daarbij naar een recent arrest van de Hoge Raad, waar de overheid een fikse tik op de vingers kreeg vanwege het gebruik van snelwegcamera’s voor belastingcontrole. Bovendien vond de stichting dat de bezoekgegevens niet erg relevant waren voor het vaststellen van iemands woonplaats.
De wet geeft de inspecteur behoorlijk wat mogelijkheden om voor de belastingheffing informatie op te vragen. Niet alleen bij de belastingplichtige zelf, maar ook bij andere partijen: een derdenonderzoek. De enige beperking voor het opvragen van gegevens is dat dit wel relevant moet zijn voor de belastingheffing. Dat vond de rechter in dit geval voldoende aangetoond. Hoe vaak iemand een museum bezoekt en waar in Nederland dat is kunnen indicatoren zijn voor iemands woonplaats, beaamde de rechter.

Bij administratieplicht ook informatieplicht

Elke organisatie en onderneming in Nederland die verplicht een administratie moet bijhouden (tool), moet in principe ook meewerken aan een derdenonderzoek van de Belastingdienst. Op basis van dat uitgangspunt moest de stichting dus ook de gegevens verstrekken.
De vergelijking met de zaak rond de snelwegcamera’s veegde de rechter ook van tafel. In die zaak ging het om het systematisch verzamelen van gegevens van alle auto’s. Voor het op die schaal gegevens verzamelen was niet genoeg wettelijke basis, maar in dit individuele geval was die basis er wél, aldus de rechter.

Verwerking gegevens niet in strijd met AVG

De verwijzing naar de privacyregels van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bracht de rechter ook niet op andere gedachten. Het algemene belang van juiste belastingheffing moest zwaarder wegen dan de privacy van de kaarthouder. Het was namelijk niet aannemelijk dat de Belastingdienst onzorgvuldig om zou gaan met de gegevens of dat die de gegevens ook op een minder ingrijpende manier binnen zou kunnen halen. De stichting moest dan ook binnen twee weken na de datum van het vonnis de gegevens verstrekken. Voor elke dag dat het langer duurt, moet de stichting een dwangsom van € 5.000 betalen.
Rechtbank Amsterdam, 15 november 2018, ECLI (verkort): 8138

Bijlagen bij dit bericht

AVG: een introductie
E-learning | VideoCollege 14 minuten