Geen boete als aangifte door accountant is gedaan

De rechter vindt dat een boete die opgelegd is aan een belastingplichtige moet worden vernietigd als die belastingplichtige erop mocht vertrouwen dat de voor hem door een accountant gedane aangifte klopte.

3 december 2020 | Door redactie

De fiscale wet- en regelgeving is complex, daarom schakelen belastingplichtigen voor de verzorging van hun fiscale zaken vaak een deskundige in. Maar een belastingplichtige blijft wel zelf verantwoordelijk voor het doen van een juiste aangifte, ook als anderen voor hem de aangifte indienen. Over de vraag of de boete die een belastingplichtige bij een onjuiste door de deskundige ingediende aangifte krijgt opgelegd terecht is moet de rechter nog wel eens een oordeel vellen.

Accountant verzorgde de aangiften

In deze zaak ging het om een bv die projectontwikkelaar was en die in 2018 een wooncomplex ontwikkelde. Daarvoor sloot hij een aannemingsovereenkomst met een bouwbedrijf. De directeur van de bv verzorgde de administratie maar de accountant van de bv deed de aangiften. Deze accountant had om een vooroverleg bij de inspecteur gevraagd met BTW-vragen voor een zuster-bv van de bv en daarbij aangegeven dat het overleg ook gold voor de bv. De bv stuurde facturen met BTW naar een investeerder in het wooncomplex maar de accountant diende nihilaangiften voor de BTW in (in afwachting van het vooroverleg). De inspecteur kwam hier na een boekenonderzoek achter en legde een naheffingsaanslag met een vergrijpboete op. De bv was het eens met de aanslag maar niet met de boete en ging hiertegen in beroep.

Accountant mag als voldoende deskundig worden beschouwd

De rechter gaf aan dat de bv de accountant voor voldoende deskundig mocht houden. De bv had zich ook niet zelf in de BTW-regelingen hoeven te verdiepen. Ze hoefde aan de zorgvuldige taakvervulling van de accountant niet te twijfelen ook al hadden de transacties van de bv nooit onder een vrijstelling van  kunnen vallen. Dat  de bv moest weten dat als zij facturen verstrekte waarop BTW in rekening was gebracht, deze BTW ook aangegeven en voldaan moest worden, was onvoldoende om te concluderen dat er bij de bv sprake was van grove schuld. De rechtbank verklaarde daarom het beroep van de bv gegrond. De vergrijpboete was dus onterecht opgelegd en werd vernietigd.
Rechtbank Zeeland West-Brabant, 4 november 2020, ECLI (verkort): 5411