Onderzoek inspecteur schiet tekort, navordering vervalt

Een belastingplichtige die te weinig belasting afdraagt kan tot jaren later nog een navordering krijgen van de fiscus. Maar dan moet de inspecteur in eerste instantie wel genoeg onderzoek doen naar opvallende omstandigheden. Anders is er geen 'nieuw feit' en gaat de navordering niet door, concludeert advocaat-generaal Robert IJzerman.

8 augustus 2019 | Door redactie

De inspecteur mag tot vijf jaar na het tijdvak waarin de belastingschuld is ontstaan nog aankloppen voor een navordering. Die kan de inspecteur opleggen voor aanslagbelastingen, zoals de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Voor aangiftebelastingen, zoals BTW en loonheffingen, werkt de inspecteur met een naheffingsaanslag.

‘Nieuw feit’ of iets over het hoofd gezien?

Om te mogen navorderen (tool) moet er sprake zijn van een ‘nieuw feit’. Dus iets wat de inspecteur ten tijde van de aanslag niet wist of niet kon weten. Dit nieuwe feit mag alleen in bijzondere omstandigheden achterwege blijven, bijvoorbeeld als er sprake is van kwade trouw. Voor een naheffing is er overigens géén nieuw feit nodig.
De inspecteur heeft wel een onderzoeksplicht. Als de aangifte vragen oproept, moet de inspecteur daar op dat moment induiken. Anders is er later geen sprake van een nieuw feit, maar van een ‘oud feit’ dat de inspecteur eerder simpelweg over het hoofd heeft gezien.

Fictieve vervreemding van aanmerkelijk belang

Over die onderzoeksplicht schrijft advocaat-generaal IJzerman in zijn advies voor de Hoge Raad. In deze zaak legde de inspecteur een navorderingsaanslag voor de inkomstenbelasting op aan de erfgenamen van een in 2010 overleden man. De weduwe had namelijk een zogeheten fictief vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang genoten toen haar man overleed. Zijn belang in hun bv met beleggingen ging namelijk over naar de weduwe, en de fiscus ziet dat als een fictieve vervreemding.
Dit vervreemdingsvoordeel was echter niet aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting. Pas na een landelijk onderzoek naar vervreemdingsvoordelen bij overlijden kwam de inspecteur erachter dat het echtpaar in gemeenschap van goederen getrouwd was. Op basis van dit nieuwe feit kwam de inspecteur met een navorderingsaanslag.

Ambtelijk verzuim inspecteur

Maar volgens de advocaat-generaal was er geen sprake van een nieuw feit. Er waren genoeg gegevens bekend die de inspecteur op dit spoor hadden kunnen zetten. Zo wist de inspecteur dat de echtelieden een fiscaal partnerschap hadden. Al met al had een lampje moeten gaan branden en dit valt onder de onderzoeksplicht, aldus de advocaat-generaal. Andere gerechtshoven oordeelden eerder in vergelijkbare zaken dat er een ‘niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid was’ dat de aangifte tóch juist was, en dat de inspecteur daarom niet tekort was geschoten in zijn onderzoek. Maar de advocaat-generaal is het daar niet mee eens. Door geen verder onderzoek te doen, is er sprake van ambtelijk verzuim. De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad daarom om de erfgenamen in het gelijk te stellen en de navorderingsaanslag te schrappen.
Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2019 (publicatiedatum 2 augustus 2019), ECLI (verkort): 707