VERDIEPINGSARTIKEL

Een nieuw feit is er niet zomaar

U kunt natuurlijk wel eens een foutje maken bij het verzorgen van de aangifte en dat zal dan als de inspecteur het later ontdekt gecorrigeerd worden.

Maar mag die inspecteur wel altijd die foutjes corrigeren en navorderen? Moet hij niet gewoon goed uit z’n doppen kijken bij de eerste keer dat hij uw aangifte onder ogen krijgt?


16 juni 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De inspecteur heeft op grond van artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) de bevoegdheid om een aanslag die ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld te corrigeren.

Maar dan moet er wel aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan. Voor navordering moet er sprake zijn van een nieuw feit. Of aan dit vereiste is voldaan hangt van de de beoordeling van de feiten en de omstandigheden van het geval. U zult begrijpen dat over de vraag of er een nieuw feit aanwezig is veel gesteggeld wordt bij de rechter.

Sprake van een nieuw feit

De Belastingdienst kan dus navorderen als er sprake is van een nieuw feit. Het moet dan wel gaan om iets wat de inspecteur ten tijde van de aanslag niet wist of niet kon weten. Het komt er dus op aan of hij, na met een normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte, en gelet op de omstandigheden van het geval, aan de juistheid van daarin opgenomen gegevens in redelijkheid behoorde te twijfelen.

De inspecteur mag er volgens de rechtspraak in het algemeen op vertrouwen dat een aangifte juist is ingevuld en dat alleen als er twijfel bestaat aan de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens, de inspecteur een nader onderzoek moet instellen. Van twijfel is geen sprake als de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn. Er is dan dus sprake van een nieuw feit, en dus is navordering gerechtvaardigt.

De fiscus kan ook een typ- of rekenfoutje van de Belastingdienst via navordering herstellen.

Navorderen zonder nieuw feit

Als er geen nieuw feit is, betekent dit niet automatisch dat de inspecteur nooit kan navorderen. Als een belastingplichtige bij het doen van aangifte te kwader trouw (zie verderop) was of er andere specifieke gevallen aan de orde zijn.

Als het bijvoorbeeld voor u duidelijk is dat de Belastingdienst een (kenbare) fout heeft gemaakt, mag de inspecteur uw aanslag corrigeren zonder dat hij hiervoor een nieuw feit nodig heeft. Een fout is ook een typ- of rekenfoutje van de Belastingdienst in hun computer, ook deze kan de fiscus via navordering herstellen.

Wanneer navorderen?

In artikel 16, lid 1, AWR is een opsomming gegeven van gevallen waarin de fiscus kan navorderen. Navordering komt aan de orde als:

  • een aanslag onterecht achterwege is gelaten;
  • de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld;
  • een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting onterecht is verleend;
  • een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting tot een te hoog bedrag is verleend.

Verder zijn er in het tweede lid van dit artikelnog enkele bijzondere situaties genoemd waarbij navorderen ook mogelijk is. Dit gaat onder andere om situaties waarbij fouten die zijn gemaakt bij bijvoorbeeld verrekeningen van voorlopige aanslagen.

Wat is kwade trouw?

We spreken van kwade trouw als de belastingplichtige de inspecteur bij het doen van aangifte opzettelijk (daaronder valt tevens voorwaardelijk opzet) onjuiste inlichtingen verstrekt of opzettelijk juiste inlichtingen niet aan de inspecteur verstrekt.

Verantwoordelijk voor derde partij

Tussen te kwader trouw en het ten onrechte niet of te weinig heffen van belasting moet wel een verband bestaan. Als een belastingplichtige bij het doen van aangifte gebruik maakt van de diensten van een derde, wordt de kwade trouw van die derde aan de belastingplichtige toegerekend. Laat u dus uw aangifte verzorgen door een kantoor en die geven opzettelijk iets fout aan dan bent u verantwoordelijk voor deze fout.

Als de aangifte vragen oproept, moet de inspecteur daar op dat moment in duiken

Redelijkerwijs kenbare fout

Naast kwade trouw is navordering ook mogelijk is als blijkt dat de aanslag ten minste 30% afwijkt van de belastingschuld. Dan wordt aangenomen dat het de voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. . De termijn hiervan is twee jaar nadat de onjuiste aanslag is vastgesteld en niet op het moment van ontstaan van de belastingschuld.

Oud feit over het hoofd gezien

De inspecteur komt er natuurlijk niet al te makkelijk af. Hij heeft zoals aangegeven wel een onderzoeksplicht. Als de aangifte vragen oproept, moet de inspecteur daar op dat moment in duiken. Anders is er later geen sprake van een nieuw feit, maar van een ‘oud feit’ dat de inspecteur eerder simpelweg over het hoofd heeft gezien. Er kan dan dus geen navordering plaatsvinden.

Een feit is ook niet nieuw als dit een gevolg is van een verwijtbaar onjuist inzicht in het recht of de feiten van de inspecteur. Het corrigeren door de inspecteur van al bekende feiten of als de inspecteur fouten maakt die aan hem te wijten zijn en hij dus een ambtelijk verzuim begaat zijn dus ook niet na te vorderen.

Inspecteur moet goed uit z’n doppen kijken

Een inspecteur kan dus niet navorderen als blijkt dat hij gewoon de aangiften uit eerdere jaren beter had moeten bekijken waardoor hij de ‘fout’ toen had kunnen ontdekken. Er is dan dus geen sprake van een nieuw feit dat wel nodig is om na te kunnen vorderen. Dit heeft de rechter onlangs weer bevestigd.

Verlies opgegeven
Het ging hier om een man die een webshop exploiteerde. Daarnaast had hij ook nog een dienstbetrekking met een goed salaris. In de aangiften IB gaf hij in de jaren 2003 tot en met 2015 steeds een verlies uit de webshop op. Ook voor 2016 gaf hij weer een verlies op.

De inspecteur gaf aan dat hij van de aangifte 2016 wilde afwijken. Hij stelde dat de webshopactiviteiten geen bron van inkomen waren en dat het verlies dus niet mocht worden meegenomen. Voor 2015 legde hij een navorderingsaanslag op omdat hij het verlies uit de onderneming had gecorrigeerd. Met deze navorderingsaanslag kon de webshopeigenaar echter niet instemmen en hij ging naar de rechter om hierover een oordeel te vragen.

De rechter was het met de inspecteur wel eens dat er geen bron van inkomen aanwezig was. Maar dit feit had de inspecteur al veel eerder kunnen opmerken als hij de oudere aangiftes gewoon goed had bekeken. Daarin waren namelijk al vanaf 2003 verliezen opgenomen. Bij het checken van de aangifte over 2015 had hij dus gewoon de oudere aangiftes erbij moeten pakken. Dit had hij echter helemaal niet gedaan.

Geen sprake van nieuw feit
De rechtbank oordeelde daarom dat er geen sprake was van een nieuw feit. De navorderingsaanslag over 2015 ging dus van tafel.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 april 2021 (gepubliceerd 4 mei 2021), ECLI (verkort): 1831

Langs elkaar heen werken

De Belastingdienst heft soms te weinig belasting omdat ze niet alles weten of kunnen weten. Het kan ook zijn dat de inspecteurs of computers van de Belastingdienst langs elkaar heen werken. Als blijkt dat de ambtenaren niet goed met elkaar samenwerken is vaak een navorderingsaanslag opleggen niet meer mogelijk.

Wel aan termijn gebonden!

De inspecteur kan, als hij mag navorderen, ook niet achteroverleunen. Het recht om na te vorderen verstrijkt namelijk wel na een aantal jaren. Gaat het om binnenlands inkomen dan is dit vijf jaar en voor buitenlands inkomen geldt een termijn van twaalf jaar. Is er uitstel verleend dan verlengt dit uitstel echter de navorderingstermijn.