VERDIEPINGSARTIKEL

Inkeerregeling en medeplichtigheid bij fiscale overtredingen

In het fiscale strafrecht gelden vanzelfsprekend dezelfde regels als in het gewone strafrecht. Wel kent het fiscale strafrecht een paar bijzondere leerstukken. Zo kan men bijvoorbeeld spijt betuigen en niet vervolgd worden voor een poging tot overtreding. Hoe werkt zo’n inkeermaatregel? En wie kunnen betrokken raken bij een misdrijf?


31 juli 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online.


In de financiële wereld liggen, net als elders, verleidingen op de loer: de kranten staan vol met cases over witwassen, fraude en andere duistere geldpraktijken. Op dit criminele gedrag staat uiteraard een strafmaat. Maar terugkeren van het kwade pad nog voordat de misdaad is begaan, is ook mogelijk.

Onjuiste of onvolledige aangifte

In het strafrecht heet dat: het leerstuk van de vrijwillige terugtred. Op het moment dat iemand vrijwillig afziet van een misdrijf dat hij aan het voorbereiden is, krijgt hij geen straf. Het is namelijk niet mogelijk om iemand te vervolgen voor een poging tot een overtreding. Ook als u na het indienen van een onjuiste of onvolledige aangifte of het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen berouw krijgt en uw fout rechtzet (‘inkeert’), is voor vervolging of boeteoplegging niet langer plaats. Vanzelfsprekend moet u vervolgens wel de te weinig geïncasseerde belasting met de belopen belastingrente voldoen. Voor het boeterecht geldt tegenwoordig wel dat de periode waarbinnen een inkeer leidt tot het niet opleggen van een vergrijpboete, twee jaar is. Een latere inkeer leidt alleen maar tot matiging van de op te leggen boete ten opzichte van niet inkeren, maar helemaal boetevrij bent u dan dus niet. Het voordeel van deze inkeerbepaling is dat u zonder de kans op een strafvervolging uw fiscale malversaties kunt rechtzetten.

Adviseur kan vervolgd worden voor onjuiste aangifte

Een financieel of fiscaal adviseur (ook wel een facilitator genoemd) die een advies geeft over een constructie om belasting te ontwijken, kan vanwege zijn bijdrage vervolgd worden voor de onjuiste aangifte van zijn klant.

 

Verwijt

Het is zelfs zo dat een adviseur een verwijt kan krijgen dat er niet is voldaan aan de informatieverplichtingen. Hiervoor is wel vereist dat hij daartoe mede (voorwaardelijk) opzet had en een bijdrage heeft geleverd aan de overtreding. Dit geldt zelfs ook als de fiscale dienstverlener bij de uitvoering van zijn advies op geen enkele wijze (meer) is betrokken. Het Openbaar Ministerie kan uiteindelijk zelfs besluiten om alleen de facilitator te vervolgen.

Verzoek tot inkeer

Een geslaagd beroep op de inkeerregeling is alleen mogelijk als de verbetering ook echt vrijwillig is. Op het moment dat u weet of vermoedt dat de fiscus op de hoogte is van de onjuiste aangifte, komt u niet onder de straf uit. Een verzoek tot inkeer moet vooral ook volledig en duidelijk zijn. Vervolging blijft nog mogelijk als u bijvoorbeeld niet uitdrukkelijk informatie verstrekt of als de informatie voor de Belastingdienst een zoekplaatje is. Alleen de belastingplichtige kan vrijwillig inkeren. Eventuele deelnemers aan het overtreden van fiscale wetgeving zoals feitelijk leidinggevende bestuurders van een frauderende rechtspersoon kunnen slechts in bijzondere omstandigheden meeprofiteren van een inkeer. Hierbij gaat het dan vooral om de personen die de inkeer hebben bevorderd. Het kan daarom van belang zijn om duidelijk vast te leggen wie is gestart met het inkeerproces.

Informatieverstrekking

Daarnaast moet u ook vastleggen welke handelingen door wie zijn verricht om alsnog tot een juiste en volledige aangifte of informatieverstrekking te komen. Zijn niet alle gegevens direct voorhanden, dan is het ook mogelijk om in verschillende fases in te keren. U moet de Belastingdienst daar wel van op de hoogte brengen. Dit is om te voorkomen dat de Belastingdienst de overtreding alsnog op het spoor komt, terwijl u nog informatie aan het verzamelen bent. Na de melding bij de fiscus kunt u de informatie voor de inkeerregeling op een later moment toezenden.

Afwegingen van de rechter rond medeplichtigheid

Bestaat het medeplegen niet uit een gezamenlijke uitvoering, dan moet de rechter het label ‘medeplegen’ motiveren.

 

Rekening

Bij de afweging of sprake is van een (voldoende) nauwe en bewuste samenwerking, houdt de rechter rekening met:

  • de intensiteit van de samenwerking;
  • de onderlinge taakverdeling;
  • de rol in de voorbereiding;
  • de uitvoering of de afhandeling van het delict;
  • het belang van de rol van de verdachte;
  • de aanwezigheid van de verdachte op belangrijke momenten.