Geen bonus voor werknemer die targets haalde

Een werknemer kan zijn bonus niet opeisen als u in de bonusregeling een individuele afwijkingsmogelijkheid opneemt. U heeft dan als werkgever namelijk de bevoegdheid om de uitbetaling van een bonus te weigeren, ook al heeft de werknemer zijn targets gehaald. U kunt de bonus bijvoorbeeld weigeren als uw organisatie in een slechte financiële situatie verkeert. De rechtbank in Amsterdam deed onlangs uitspraak in zo’n zaak.

11 september 2013 | Door redactie

In de zaak ging het om een werknemer met een arbeidsovereenkomst waarop een bonusregeling van toepassing was. In die regeling stond dat de werkgever het recht had om in individuele gevallen van de bonusregeling af te wijken. De werkgever wilde geen bonus betalen omdat de organisatie in financiële moeilijkheden verkeerde. De werknemer vond echter dat hij recht had op zijn bonus omdat hij zijn targets had gehaald. Hij had dus aan de voorwaarden in de bonusregeling voldaan. De werknemer stapte daarom naar de rechter.

Bevoegdheid om af te wijken is begrensd

De rechter oordeelde dat de werkgever op basis van de overeengekomen afwijkingsmogelijkheid in individuele gevallen mocht bepalen dat er geen bonus werd uitgekeerd. Die bevoegdheid werd volgens de rechter wel begrensd, namelijk door de eisen van redelijkheid en billijkheid. Omdat de organisatie er financieel niet goed voor stond, had de werkgever deze grenzen niet overschreden bij het weigeren van de bonus. De werknemer kon dus niet afdwingen dat hij de bonus kreeg uitbetaald. Zijn vordering werd afgewezen.

Werkgevers mag bonus uitkeren aan wie hij wil

Het maakte volgens de rechter niet uit dat sommige collega’s van de werknemer wel een bonus kregen. De rechter vond dat de werkgever het recht had om naar eigen inzicht werknemers te belonen, bijvoorbeeld als zij uitzonderlijk presteerden. De beloning van enkele werknemers was volgens de rechter geen reden om de werkgever te verplichten aan álle werknemers de bonus uit te keren. Daar had de werkgever immers niet de financiële middelen voor.
Rechtbank Amsterdam, 3 juli 2013, ECLI (verkort): 4772