Wijziging van de WNT na eerste evaluatie

Na een eerste evaluatie van de Wet normering topinkomens (WNT) heeft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken besloten dat topfunctionarissen in de (semi)publieke sector weer variabele beloningen kunnen krijgen. Dit punt van de WNT botst namelijk met de uitvoering van de cao en zorgt voor extra administratieve lasten.

18 december 2015 | Door redactie

Het in de WNT opgenomen verbod op het uitkeren van prestatiebeloningen leidt tot problemen bij de uitvoering van de cao en tot extra werk voor de toezichthouders. Daarbij komt dat andere werknemers wel een bonus kunnen krijgen, omdat voor hen de WNT niet geldt. Plasterk wil het verbod daarom schrappen. Het is echter niet de bedoeling dat deze bonus bovenop de WNT-norm komt. Bestuurders en topfunctionarissen in de (semi)publieke sector mogen in 2016 dus niet meer verdienen dan het ministerssalaris. Het ministerssalaris bedraagt in 2016 € 179.000 per jaar en dat is inclusief eventuele bonus, vakantiegeld, dertiende maand, pensioenbijdrage en onkostenvergoeding. De WNT-norm gaat volgend jaar ook gelden voor andere sectoren, zoals de zorg, waar nu nog een overgangsregeling geldt. 

Geen rapportageplicht voor kleine organisaties

Op 1 januari 2013 is de WNT ingevoerd om buitensporige topinkomens betaald van gemeenschapsgeld aan banden te leggen. Dit doel blijkt na de eerste evaluatie (pdf) behaald te zijn. De naleving van de wet is namelijk hoog. De wet kan echter nog verder worden verduidelijkt en de administratieve lasten zijn soms te hoog. Zo kost het organisaties gemiddeld € 1.900 per jaar om informatie over de bezoldiging in het jaarverslag op te nemen. De administratieve lasten worden daarom beperkt en kleine organisaties hoeven geen rapportage over de WNT op te nemen in het jaarverslag.