In veel organisaties is het beloningsvraagstuk gekoppeld aan een analytisch functiewaarderingssysteem. Door scores toe te kennen aan vooraf gedefinieerde functie-eisen ontstaat de indruk van een eerlijk, objectief en reproduceerbaar beloningsmodel. In de praktijk blijkt deze veronderstelde objectiviteit echter niet altijd houdbaar. Functiewaardering functioneert dan vooral als een technisch instrument dat maar beperkt aansluit bij de dynamiek en complexiteit van organisaties.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Marloes Rutten, adviseur en partner bij Rutten Goddijn
Een belangrijk risico dat met deze instrumentele toepassing van functiewaardering gepaard gaat, is systeemverstrikking. Bij systeemverstrikking gaat het om de neiging om meer waarde toe te kennen aan het systeem zelf dan aan de werkelijkheid die ermee wordt beschreven.
Het systeem, dat oorspronkelijk bedoeld was als hulpmiddel om verschillen te ordenen en te legitimeren, gaat zo een eigen werkelijkheid vormen. Hierdoor kunnen organisaties verstrikt raken in procedures en regels, terwijl de onderliggende bedoeling – het rechtvaardig waarderen en belonen van werk – naar de achtergrond verdwijnt.
In dit artikel lees je over de beperkingen van traditionele functiewaarderingssystemen. Ook komt aan bod waarom sommige