De een geniet nog (na) van de wintersport, de ander is alweer bezig met het plannen van een verre, zonnige reis, en weer een ander droomt van even helemaal niets doen. Naast dat vakantie leuk is, heeft het ook een belangrijke functie: ontspannen en uitrusten. Daarvoor is het vakantieloon, het loon dat een werknemer tijdens zijn vakantie ‘verdient’, niet geheel onbelangrijk. Over het vakantieloon ontstaat soms discussie.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Niluvar Rahimi en Christiaan Zweipfenning, arbeidsrechtadvocaten bij Pallas Advocaten in Rotterdam
Artikel 639 van Burgerlijk Wetboek 7, dat gebaseerd is op de Arbeidstijdenrichtlijn van de Europese Unie, bepaalt dat een werknemer tijdens zijn vakantie het recht op loon behoudt. Dit is het vakantieloon. Het vakantieloon moet vergelijkbaar zijn met het loon over gewerkte periodes. De reden hiervoor is tweeledig:
Kort gezegd betekent dit dat een werknemer (bijna) geen financieel nadeel mag ondervinden van het opnemen van vakantie.
Het vakantieloon moet overeenstemmen met het gebruikelijke arbeids