VERDIEPINGSARTIKEL

Beroepsziekte op de agenda: de rol van deskundigen

Het tweede deel van het rapport Beroepsziekten in beeld zoomt in op de rol van deskundigen bij de preventie van beroepsziekten. Hoe kunnen de verschillende partijen die het arbobeleid opstellen en uitvoeren, zorgen dat de blootstelling aan psychosociale arbeidsbelasting, fysieke arbeidsbelasting en gevaarlijke stoffen – de drie belangrijkste veroorzakers van beroepsziekten – afneemt? En, hoe kunnen zij daarin de samenwerking opzoeken en verbeteren?


17 juni 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Hoewel verschillende partijen een rol spelen bij het bereiken en behouden van gezonde en veilige arbeidsomstandigheden, is het de werkgever die hiervoor in de eerste plaats verantwoordelijk is – en daarmee ook voor het voorkomen van beroepsziekten. Natuurlijk hoeft hij hier niet alléén voor te zorgen en mag hij een beroep doen op de verantwoordelijkheid van werknemers. De bedoeling van de Arbowet is immers om een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid te stimuleren.

Rapport 'Beroepsziekten in beeld'

De meeste werkgevers willen artikel 3 van de Arbowet (waarin staat dat de werkgever moet zorgen voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden) graag naleven; 60% geeft aan dit als leidraad voor het eigen gedrag te hanteren. Dat is echter geen 100%.

Ook bij de werkgevers die wél werk maken van arbozorg in hun organisatie, valt nog het een en ander te verbeteren.

Deel 2 van het rapport Beroepsziekten in beeld gaat in op de verbeteringen die werkgevers, werknemers en de medezeggenschap kunnen realiseren. Het grootste probleem, het gebrek aan risicobewustzijn en de noodzaak om maatregelen te nemen, moet worden aangepakt met voorlichting over het probleem.

Omdat het lastig communiceren is over ‘onzichtbare’ risico’s, kunnen slachtoffers van een beroepsziekte door ‘storytelling’ een gezicht krijgen. Zo wordt hun situatie herkenbaar en is het makkelijk de geschetste problemen op de eigen situatie te betrekken.

Branchegerichte aanpak van beroepsziekten

Beroepsziekten per branche aanpakken, lijkt een goede manier om de sectorspecifieke oorzaken van beroepsziekten beter in beeld te krijgen, ook bij de werkgever. Op die manier krijgt hij oplossingen aangereikt die passen bij zijn eigen bedrijfspraktijk.

Dat is voor een deel al ingevuld door de arbocatalogi, maar niet elke branche heeft er een.

Ook het gebruik van tools zoals TNO die heeft ontwikkeld, kan uitkomst bieden. Hierin is op toegankelijke wijze wet- en regelgeving uitgelegd, voorzien van tips en best practices zodat duidelijk is wat dit voor de praktijk betekent. Dit zou voor werkgevers in het mkb, die niet degenen zijn die een arbocatalogus ontwikkelen, een alternatief kunnen zijn.

Om onwillige werkgevers te prikkelen, is handhaving nodig. Inspectie SZW kan al direct een boete opleggen voor het ontbreken van een RI&E (toolbox) en de boetes voor overtreding van meerdere bepalingen voor ‘Gevaarlijke stoffen’ (verdiepingsartikel) in het Arbobesluit zijn flink verhoogd.

Gezonde arbeidsomstandigheden voor alle werkenden

Flexwerkers en zzp’ers zijn een bron van zorg als het gaat om gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Ze lopen meer risico’s en zijn vaker betrokken bij arbeidsongevallen dan werknemers in vaste dienst. Omdat het aantal flexwerkers nog steeds toeneemt, en zij in de praktijk slechter beschermd worden tegen arbeidsrisico’s, moet er ook extra aandacht zijn voor deze groep als het om de preventie van beroepsziekten gaat.

 

Arbozorg

De Sociaal-Economische Raad heeft zich in een verkenning gebogen over de zorgelijke positie van werknemers met een flexibel contract en zzp’ers. De SER pleit voor collectieve afspraken over goede arbeidsomstandigheden op sectorniveau en dan voor álle werkenden.

 

Verder moet voor iedereen die werkt goede arbozorg toegankelijk zijn, ook voor tijdelijke krachten en zelfstandigen. Dit zal helpen om eventuele beroepsziekten sneller in beeld te krijgen. Ook kunnen de werkgever en de bedrijfsarts sneller optreden en maatregelen nemen bij onveilige situaties.

 

Er wordt tevens gekeken naar de mogelijkheid voor werknemers om met behulp van sensoren hun blootstelling in kaart te brengen.

 

Stoffen

Daarnaast is er het idee om een ‘persoonlijk blootstellingsdossier’ te ontwikkelen. Daardoor kan van werknemers die veel verschillende dienstverbanden bij veel verschillende werkgevers hebben gehad, toch in kaart worden gebracht aan welke risico’s ze in hun werk zijn blootgesteld.

 

Een werkgever moet dan de blootstelling aan bijvoorbeeld bepaalde stoffen en de resultaten van een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) (verdiepingsartikel) vastleggen in een persoonlijk dossier. Hiermee kan de flexwerker ook zelf beter de eigen gezondheid en de risico’s van het werk in de gaten houden.

Vergroten van risicobewustzijn

Ook voor werknemers geldt dat zij op de werkvloer niet of nauwelijks worden geconfronteerd met de gevolgen van beroepsziekten. Als iemand na jarenlange blootstelling aan een bepaalde stof een beroepsziekte krijgt, maken veel collega’s dat niet meer mee doordat ze inmiddels uit dienst zijn. Hierdoor zijn ze zich onvoldoende bewust van de risico’s die ze lopen tijdens hun werk.

Vooral bij langetermijneffecten ontbreekt de prikkel

 

Vooral bij langetermijneffecten ontbreekt de prikkel. Als je niet geconfronteerd wordt met de negatieve gevolgen van je gedrag, ontbreekt de noodzaak om het te veranderen en over te stappen op een andere manier van werken.

Ook speelt de afhankelijke positie waarin ze zich bevinden hun parten. Ze durven de werkgever niet altijd aan te spreken; sommigen zijn bang hun baan te verliezen als ze kritiek uiten of vragen om verbetering van de veiligheid.

Vergroten van het risicobewustzijn van werknemers is altijd al een grote opgave, maar waarschuwen voor ‘onzichtbare’ risico’s (‘u kunt op latere leeftijd een longziekte krijgen’) is ingewikkelder dan waarschuwen voor vallen van een steiger.

Belangrijk bij het geven van voorlichting en bij de communicatie over risico’s is om te laten zien wat het gewenste gedrag is. Alleen op de risico’s wijzen, heeft geen zin als werknemers daarna niet kunnen laten zien hoe het wel moet.

Werknemers met een kwetsbare arbeidspositie, zoals tijdelijke krachten en migranten, maar ook vaste krachten die veilig werken niet durven te bespreken, moeten actiever worden gesteund door de medezeggenschap: de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of de vakbond. Die moeten betrokken worden bij het arbeidsomstandighedenbeleid.

Erkennen rol van andere partijen

Het recht op medezeggenschap en betrokkenheid bij de besluitvorming kan verbeterd worden door ook Inspectie SZW een rol te geven bij handhaving van de naleving.

De OR en PVT spelen een belangrijke rol bij het bereiken van gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Het ontbreken van een OR of PVT is geen overtreding van de Arbowet, maar iedereen is gebaat bij een goed functionerende medezeggenschap.

ISZW zou bedrijven kunnen aanspreken op het ontbreken ervan en dit kunnen melden bij de Commissie Bevordering Medezeggenschap van de SER of bij de bedrijfscommissie in kwestie.

Als een werkgever het instemmingsrecht (checklist) van de OR niet erkent, kan de OR naar de kantonrechter stappen. Hiervoor is wel nodig dat de OR of PVT op de hoogte is van de rechten en mogelijkheden. Ook moet de OR hier zelf initiatief voor nemen. De samenwerking tussen OR en de arbodienst of bedrijfsarts hoort in het basiscontract te staan. Is dat niet het geval, dan zou de OR niet moeten instemmen met het contract.

Boete Inspectie SZW

ISZW kan ook toezicht houden op de naleving van de samenwerkingsplicht van de bedrijfsarts (artikel 14 lid 2j) en nagaan of de medezeggenschap een kopie van adviezen van kerndeskundigen ontvangt (artikel 14 lid 3).

ISZW kan een boete opleggen bij overtreding van deze bepalingen, ook aan de bedrijfsarts. In het algemeen moet er meer aandacht komen voor het nut van medezeggenschap. Alleen een OR of PVT instellen omdat het moet, is geen goede basis om deze een serieuze gesprekspartner te laten zijn in het overleg over arbeidsomstandigheden.

Lees ook het verdiepingsartikel Beroepsziekten in beeld: een doelmatige aanpak.