Adviseur over: bestuursverbod bij faillissementsfraude

Op 1 juli 2016 is de Wet civielrechtelijk bestuursverbod in werking getreden. Hiermee kan iemand het recht worden ontzegd als bestuurder van een rechtspersoon te fungeren. Dit is een krachtig middel om faillissementsfraude en onregelmatigheden bij een faillissement te bestrijden.

18 juli 2016 | Door redactie

Tot aan de invoeringsdatum van deze wet bestonden in het strafrecht al vrij ruime mogelijkheden om een bestuursverbod op te leggen. Met deze wet wordt het nu ook mogelijk om een civielrechtelijk bestuursverbod, van maximaal vijf jaar, op te leggen aan een bestuurder die faillissementsfraude pleegt of zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag in aanloop naar een faillissement. Een bestuurder met een bestuursverbod mag ook geen bestuursfunctie of commissariaat uitoefenen bij een andere organisatie.

Zo voorkomt u een bestuursverbod

Wat moet de bestuurder doen om een bestuursverbod te voorkomen? Hij moet in een periode van drie jaar voorafgaand aan een faillissement (traject) het volgende voorkomen:

  • het onbehoorlijk vervullen van zijn taak (tool) als bestuurder waarbij aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement;
  • het doelbewust benadelen van crediteuren;
  • minstens tweemaal betrokken zijn bij een faillissement waarvan u de bestuurder een persoonlijk verwijt treft;
  • het wegens een vergrijp opgelegd krijgen van een boete op grond van enkele specifieke artikelen uit de Algemene Wet Rijksbelastingen;
  • het (na faillissement) tekortschieten in de informatie- en medewerkingsplicht naar de curator toe.

Rechter legt verbod op

Een bestuursverbod kan door de civiele rechter alleen op verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) of de curator worden opgelegd. Een verbod kan worden opgelegd aan (indirect) bestuurders (ook aan de bestuurder van de rechtspersoon die bestuurder is), oud-bestuurders en feitelijk leidinggevenden van rechtspersonen, zoals een bv, een vereniging of een stichting, maar ook aan natuurlijke personen die hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. 

Verbod ingeschreven bij de KvK

Een bestuursverbod wordt, voor de duur waarvoor het is opgelegd, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Hiermee wordt dus openbaar aan wie een bestuursverbod is opgelegd. Uit de toelichting bij deze wet blijkt echter dat een civielrechtelijk bestuursverbod 'een uitzonderlijke sanctie voor uitzonderlijke situaties' vormt. Met andere woorden, na een faillissement zal niet automatisch een bestuursverbod worden opgelegd!

In de rubriek 'Adviseur over' laat Rendement een van de adviseurs verbonden aan de adviesdesk uitleg geven over de praktijk van wet- en regelgeving. In deze editie: Philip Vroegrijk over het civielrechtelijk bestuursverbod bij faillissementsfraude dat op 1 juli 2016 in werking is getreden. 

Vroegrijk