Thema Bestuurdersaansprakelijkheid

Naar themapagina

'Ik kón wel betalen maar wilde niet' overtuigt hof niet

Een onderneming die de belastingen niet meer kan voldoen, moet dat snel melden bij de Belastingdienst. Gebeurt dat niet op tijd, dan kan een bestuurder aansprakelijk gesteld worden voor de openstaande rekeningen. Dit geldt ook als er op zich wel genoeg geld is om de belasting te betalen, maar dat tóch niet gebeurt, oordeelt het gerechtshof.

11 september 2019 | Door redactie

Als een bestuurder ziet aankomen dat het afdragen van belasting in de knel komt, moet hij binnen twee weken een ‘melding van betalingsonmacht’ doen bij de Belastingdienst. Doet de bestuurder dat niet op tijd dan kan hij aansprakelijk worden gesteld voor de openstaande belastingschulden.

Geen betalingsonmacht maar onwil

In deze zaak ging het om een ondernemer die op die manier aansprakelijk werd gesteld (tool) voor in totaal ruim € 1,4 miljoen aan onbetaald gebleven loonheffingen en BTW. Het geschil was al een keer langs de Hoge Raad geweest, en die had de zaak doorverwezen naar het gerechtshof in Arnhem. Dat moest vaststellen wanneer precies de betalingsonmacht was ontstaan bij de onderneming en of de bestuurder er dus op tijd bij was met zijn melding bij de Belastingdienst.
De bestuurder had op 16 november 2007 die melding gedaan, maar volgens de inspecteur was er al vóór 31 oktober 2007 sprake van betalingsonmacht. De ondernemer voerde echter aan dat er geen sprake was van onmacht maar van onwil. Dat er nog wel geld was, bleek bijvoorbeeld uit het feit dat de bv in die periode nog wel betalingen had gedaan aan de bestuurder.

Kasgeld aanwenden voor belastingschuld

Maar het gerechtshof ging niet mee in die redenering. Het feit dat er genoeg geld in de kas zat om de belastingschulden te betalen wil nog niet zeggen dat er wettelijk gezien geen sprake is van betalingsonmacht. Ook als de vennootschap vanwege andere verplichtingen het kasgeld niet gebruikt om de belastingschuld te voldoen is dat onmacht, aldus het hof.
Omdat het hof concludeerde dat de betalingsonmacht op zijn laatst 31 oktober 2007 was ontstaan, had de bestuurder uiterlijk op 14 november een melding moeten doen. Hij was dus te laat. Omdat de bestuurder niet aan kon tonen dat het niet aan hem te wijten was dat de bv geen melding had gedaan, kon hij aansprakelijk gesteld worden voor de belastingschuld. Wel verlaagde het hof de aansprakelijkstelling tot een bedrag van ruim € 750.000.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, publicatiedatum 23 augustus 2019, ECLI (verkort): 6529