VERDIEPINGSARTIKEL

Alle ins en outs van het wetsvoorstel bestuur en toezicht op een rijtje

Met de aanname van het voorstel voor de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen door de Tweede Kamer lijkt de inwerkingtreding ervan een stuk dichterbij.

Het wetsvoorstel heeft invloed op het functioneren van bestuurders én toezichthouders. Wat zijn de belangrijke onderwerpen voor uw organisatie om in het oog te houden als het zover is?


23 juni 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Michiel Appelhof, advocaat sectie Ondernemingen bij Marxman Advocaten, e-mail: appelhof@marxman.nl, tel: 033 450 80 00, www.marxman.nl


Het wetsvoorstel moet meer invulling geven aan de rol van toezichthouders. Op dit moment is er alleen een wettelijke regeling voor de raad van commissarissen (RvC). Voor een raad van toezicht (RvT), een raad van advies en vergelijkbare organen bij verenigingen en stichtingen is die er niet.

Voor de grootste groep toezichthouders geldt dat de wettelijke regeling – die nu van toepassing is op een RvC – ook voor hen gaat gelden door inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.

Wettelijke regeling toezichthouder

Als een toezichthouder bij een vereniging of stichting is aangesteld op basis van de statuten en het zijn taak is om toezicht te houden op het bestuur en de algemene gang van zaken, gaat voor hem dezelfde wettelijke regeling gelden als voor de RvC.

Staat er in de statuten van uw organisatie dat er toezicht wordt gehouden op slechts een gedeelte van het beleid – denk aan financiën of de mate van maatschappelijk verantwoord ondernemen – dan is de regeling niet op hen van toepassing.

Het instellen van een RvT is niet wettelijk verplicht, ook niet nadat het wetsvoorstel in werking is getreden. Als uw organisatie een subsidie ontvangt of in een specifieke sector activiteiten verricht, moet u soms wel verplicht een RvT instellen. Een subsidieverstrekker wil zo bijvoorbeeld meer en objectiever zicht krijgen op de correcte besteding van de subsidiegelden.

Studeren op uw statuten en reglementen

Vraag uzelf eens af of het bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel voldoende is als uw organisatie de wettelijke regels volgt. U wilt tenslotte wel toezichthouders die hun rol goed kunnen vervullen.

De wet geeft nog steeds weinig invulling aan de praktische rechten van toezichthouders. Zo kan het bijvoorbeeld in het kader van goed toezicht wenselijk zijn om de toezichthouders een stem te geven in bijvoorbeeld statutenwijziging, fusie of ontbinding van de rechtspersoon.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, is dat dus een goed moment om de statuten en het reglement dat van toepassing is op de toezichthouders door te lichten!

Schorsen van bestuur

Toezichthouders krijgen door het wetsvoorstel de bevoegdheid om het bestuur te schorsen. Omdat er nu geen wettelijke regels zijn voor de RvT, hoeft u toezichthouders deze bevoegdheid nu nog niet te geven.

De vereniging vormt een uitzondering: toezichthouders kunnen daar alleen door de algemene vergadering benoemde bestuurders schorsen. Als een derde van de leden de bestuurder heeft benoemd, kunnen de toezichthouders hem niet schorsen.

Ook krijgen de toezichthouders recht op informatie. Zonder kunnen ze hun toezichthoudende taken tenslotte niet uitvoeren.

Tegenstrijdige belangen

Het wetsvoorstel bevat ook een nieuwe regeling voor het geval dat sprake is van een tegenstrijdig belang bij bestuurders en toezichthouders. Het gaat daarbij om een direct of indirect belang van een bestuurder of toezichthouder dat (mogelijk) tegenstrijdig is met dat van de organisatie.

Door dat eigenbelang van de bestuurder ontstaat de verwachting dat hij niet meer objectief de belangen van de organisatie kan behartigen. Dat geldt ook als hij betrokken is bij een persoon met een belang dat tegenstrijdig is met dat van de organisatie. Denk bijvoorbeeld aan een bestuurder die opdrachten gunt aan de organisatie van zijn partner.

Onder het huidige recht raakt het hele bestuur van verenigingen en coöperaties bij een tegenstrijdig belang van één bestuurder vertegenwoordigingsonbevoegd. Dat is ook het geval als de rechtshandeling niet tot daadwerkelijke benadeling van de organisatie leidt.

De algemene vergadering moet dan een persoon aanwijzen die de organisatie mag vertegenwoordigen. Voor stichtingen bestaat op dit moment geen wettelijke regeling met betrekking tot tegenstrijdig belang. Wel kan uw organisatie nu natuurlijk al in de statuten of een reglement opnemen wat er moet gebeuren als er sprake is van een tegenstrijdig belang van een bestuurder.

Hoe te handelen

Het wetsvoorstel geeft aan hoe uw organisatie moet handelen als er sprake is van een tegenstrijdig belang.

  • Vereniging:
    • De bestuurder met een tegenstrijdig belang mag niet deelnemen aan de besluitvorming. Doet hij dat toch, dan is het mogelijk om het besluit te vernietigen.
    • Hebben alle bestuurders een tegenstrijdig belang, dan nemen de toezichthouders een besluit.
    • Zijn er geen toezichthouders, dan besluit de algemene vergadering.
  • Stichting:
    • De bestuurder met een tegenstrijdig belang mag niet deelnemen aan de besluitvorming.
    • Hebben alle bestuurders een tegenstrijdig belang, dan nemen de toezichthouders een besluit.
    • Zijn er geen toezichthouders of zijn ze er wel, maar hebben ook zij een tegenstrijdig belang, dan nemen het bestuur of de toezichthouders het besluit. Dat doen ze met een schriftelijke motivatie van de afwegingen. Opvallend genoeg is daarmee het tegenstrijdig belang niet opgelost. Daarnaast is het niet mogelijk om het genomen besluit te vernietigen.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Het wetsvoorstel bevat een nieuwe regeling over aansprakelijkheid voor zowel bestuurders als toezichthouders.

In aanvulling op de huidige aansprakelijkheidsgronden bevat het wetsvoorstel een extra vermoeden dat tot aansprakelijkheid kan leiden. Dat geldt alleen voor bestuurders en toezichthouders van een vennootschapsbelastingplichtige vereniging of stichting en semipublieke verenigingen en stichtingen met een jaarrekeningplicht.

Aansprakelijkheid ontstaat als de bestuurder of toezichthouder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld én aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dat is volgens het wetsvoorstel het geval als niet is voldaan aan de administratieplicht en het tijdig publiceren van de jaarrekening.

Slechts het vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is, is te weerleggen door de bestuurder of toezichthouder.

Wetsvoorstel nog in behandeling

Het wetsvoorstel moet de interne governance bij verenigingen en stichtingen verbeteren. Naast voorgenoemde onderwerpen bevat het wetsvoorstel nog een aantal onderwerpen.

Bijvoorbeeld de verplichting om een regeling op te nemen in de statuten over verhindering of afwezigheid van bestuurders en toezichthouders. Ook spreekt het wetsvoorstel van een uitbreiding van de ontslaggronden voor stichtingsbestuurders.

Met name die eerste is van belang, omdat de wetswijziging veel organisaties dwingt om de statuten te herzien. Voor het echter zover is, moet het wetsvoorstel nog in werking treden.

Op dit moment is het voorstel in behandeling bij de Eerste Kamer. Het moment van inwerkingtreding is nog niet bekend.