Actie ondernemen als afhandeling bezwaar te lang duurt

Belastingplichtigen die een bezwaar hebben ingediend waarop de inspecteur maar geen antwoord stuurt kunnen tegen het niet op tijd nemen van het besluit in beroep gaan. Maar daar moeten ze dan zelf ook niet al te lang mee wachten. Een termijn van drie jaar is volgens de rechter te lang.

13 augustus 2020 | Door redactie

Een belastingplichtige de het niet eens is met een aanslag of beschikking kan hiertegen in bezwaar gaan. Dit moet hij binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag of beschikking hebben ingediend (tool). In principe moet de inspecteur binnen zes weken zijn beslissing laten weten. Hij kan deze nog uitstellen met zes weken. De inspecteur moet de belastingplichtige dit dan wel schriftelijk doorgeven. Zijn deze 12 weken voorbij en is er nog steeds geen antwoord van de fiscus dan kan de belastingplichtige de Belastingdienst in gebreke stellen. Dan krijgt de inspecteur nog twee weken de tijd om te beslissen op het bezwaarschrift. Nog geen uitspraak na die twee weken, dan kan de belastingplichtige beroep instellen tegen het niet-tijdig beslissen.

Geen termijn voor indienen beroep

Voor het indienen van dit beroepschrift geldt in principe geen beroepstermijn. In de wet staat hier niets over in. Uit de wetsgeschiedenis kan geconcludeerd worden dat de belastingplichtige best een behoorlijke tijd hiervoor heeft. Maar als de belastingplichtige zich al heel lang heeft stilgehouden en bij anderen het vertrouwen is gewekt dat er geen beroep zal worden ingesteld kan de rechter beslissen dat het beroep niet-ontvankelijk is. Maar hoe lang is lang?

Drie jaar is te lang voor in beroep gaan

De rechter van gerechtshof Amsterdam vond drie jaar wel wat te lang. De man in deze zaak had op 22 juni 2015 bezwaar ingediend tegen zijn aanslag inkomstenbelasting over 2014. Op 23 september 2015 stelde hij de inspecteur schriftelijk in gebreke. Drie jaar later vond de man het tijd voor beroep. Dit was toch wel wat lang vond de rechter ook omdat er in die drie jaar amper contact was geweest tussen de man en de fiscus. Het beroep werd dus niet-ontvankelijk verklaard.
Gerechtshof Amsterdam, 7 juli 2020 (gepubliceerd 29 juli 2020), ECLI (verkort): 1958

 

 

Bijlagen bij dit bericht