Drie dagen om bezwaar te maken, is dat redelijk?

Voor een belastingplichtige is het wel zo prettig als die een redelijke termijn krijgt om bezwaar te maken tegen een besluit van de Belastingdienst. Is een reactietermijn van drie dagen, waar bovendien nog twee dagen weekend van zijn ook nog redelijk? De advocaat-generaal vindt dat de Hoge Raad een klacht hierover gegrond moet verklaren.

25 juli 2019 | Door redactie

Bij een regulier besluit van de Belastingdienst, bijvoorbeeld een voorlopige aanslag voor de inkomstenbelasting, geldt een bezwaartermijn van zes weken. Dit bezwaarschrift (tool) moet dus zes weken na de dagtekening van de aanslag binnen zijn bij de inspecteur.

Naheffing BTW door verkoop restvoorraad

In de zaak waar advocaat-generaal Cora Ettema zich over boog, ging het niet om een regulier besluit maar om een vooraankondiging voor een naheffing. In dit geval ging het om een eenmanszaak, die dvd’s verkocht via Marktplaats. Eind 2010 staakte de ondernemer de verkoop, maar toen was er nog wel een voorraad van 618 dvd’s over. De ondernemer zei dat hij die had weggegeven aan een kringloopwinkel, maar de inspecteur concludeerde na zijn boekenonderzoek dat de restvoorraad was verkocht. Daarom legde hij een naheffingsaanslag voor de BTW op, van € 875, plus een verzuimboete van € 87.

Reactietermijn waar één werkdag in zit

De inspecteur stopte het conceptcontrolerapport van het boekenonderzoek op vrijdag 27 november 2015 bij de ondernemer in de bus. Daarnaast ontving hij een brief met daarin de vooraankondiging dat er een naheffingsaanslag én een verzuimboete zouden volgen. De ondernemer kreeg tot maandag 30 november 2015 de tijd om gemotiveerd bezwaar te maken tegen de aanslag.
De ondernemer stuurde daarop al direct een brief dat hij de reactietermijn ‘ongehoord kort’ vond. Later stapte hij ook naar de rechter om te betogen dat door deze korte reactietijd het verdedigingsbeginsel (tool) was geschonden. Maar de rechtbank en later ook het hof oordeelden dat dit niet het geval was. Het hof oordeelde dat drie dagen in dit geval genoeg tijd was. Onder meer omdat de bevindingen van het boekenonderzoek na alle vragen van de inspecteur nauwelijks nog als een verrassing konden zijn gekomen.

Advocaat-generaal: beroep is gegrond

Inmiddels is de zaak dus bij de Hoge Raad beland. Advocaat-generaal (A-G) Ettema boog zich daarom over de zaak. Na bestudering van de overwegingen van het hof kwam de A-G tot de conclusie dat het oordeel van het hof innerlijk tegenstrijdig is. In haar recent gepubliceerde conclusie stelde de A-G dat de Hoge Raad het beroep in cassatie van de ondernemer gegrond zou moeten verklaren. Een ander gerechtshof zou dan opnieuw onderzoek moeten doen naar de vraag of een reactietermijn van drie dagen redelijkerwijs door de beugel kon.
Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2019 (publicatiedatum 19 juli 2019), ECLI (verkort): 779