Kwijtschelding griffierecht voor armlastige bv

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bepaald dat ook een rechtspersoon als een bv een beroep op betalingsonmacht voor griffierecht kan doen. Als de bv kan aantonen het griffierecht niet te kunnen betalen, kan de rechter dit bedrag kwijtschelden.

27 juni 2016 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een bv die in beroep ging tegen een ambtshalve aanslag (tools) en een bestuurlijke boete. Het gerechtshof bracht de bv € 478 griffierecht in rekening. De bv betaalde dit bedrag echter niet binnen de daarvoor gestelde termijn van vier weken. Na een herinnering liet de bv weten niet voldoende geld te hebben om het griffierecht te betalen. Het hof stelde de bv in de gelegenheid om dit te bewijzen en plande daarom alsnog een zittingsdag in, ondanks dat er nog steeds geen griffierecht was betaald. Op deze manier kon de directeur-grootaandeelhouder ook nog monding toelichting geven op de situatie.

Interpretatie van arrest Hoge Raad

Het gerechtshof oordeelde uiteindelijk dat het griffierecht voor de bv kwijtgescholden moest worden. Het hof gaf hiermee een ruime interpretatie aan een recent arrest van de Hoge Raad. In dit arrest heeft de Hoge Raad richtlijnen gegeven voor de behandeling van een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht. Hoewel het arrest ging over natuurlijke personen, vond het hof dat ook een bv in aanmerking moet kunnen komen voor kwijtschelding van het griffierecht. In deze zaak was bewezen dat de bv het griffierecht niet kon betalen. Volgens het hof zou het voor de bv nagenoeg onmogelijk zijn om haar recht te halen bij de bestuursrechter en dat kon niet de bedoeling zijn. Het hof vond een kwijtschelding daarom op zijn plaats en kon de zaak dus in behandeling nemen.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 26 februari 2016, ECLI (verkort): 706