Schadevergoeding voor trage afhandeling belastingzaken

Als de inspecteur en rechters er te lang over doen om een oordeel te vellen over belastingzaken, kan de belastingplichtige een immateriële schadevergoeding eisen. Zo heeft het gerechtshof een echtpaar met een belastingadviespraktijk een vergoeding van € 20.000 toegekend. Maar dat is een slordige € 520.000 minder dan het echtpaar eiste.

1 augustus 2019 | Door redactie

Deze zaak draaide om een hele zwik procedures over belastingaanslagen waarvan sommige teruggingen tot 1991. Het echtpaar vroeg de rechter om een schadevergoeding, omdat de besluiten wel erg lang op zich lieten wachten. Zo deed de inspecteur zijn uitspraak op bezwaar (tool) over het jaar 1991 pas na ruim 11 jaar en twee maanden. Terwijl de redelijke termijn voor zo’n uitspraak eigenlijk een half jaar is.

Redelijke termijn uitspraak is twee jaar

De Hoge Raad heeft eerder al richtlijnen gegeven voor een belastingplichtige die een schadevergoeding wil eisen. De rechter moet in een zaak binnen een ‘redelijke termijn’ uitspraak doen. Die termijn is twee jaar. Bij belastingzaken is de regel dat die begint te lopen op het moment dat de inspecteur het bezwaarschrift (tool) heeft ontvangen. Wordt de termijn overschreden, dan brengt dat volgens jurisprudentie ‘spanning en frustratie’  teweeg bij de belastingplichtige. De vuistregel is dat de belastingplichtige per halfjaar dat de termijn is overschreden, recht heeft op € 500 schadevergoeding. Daarvoor wordt het totaal van de overschrijding naar boven afgerond.

Schadevergoeding van ruim half miljoen

Het echtpaar berekende de totale immateriële schadevergoeding op € 542.000. Zij vonden dat de vergoeding per zaak bekeken moest worden. Maar de rechtbank en nu ook het gerechtshof dachten daar anders over. De zaken gingen namelijk hoofdzakelijk over hetzelfde onderwerp, en dan wordt maar één keer de vergoeding van € 500 gegeven. Daarnaast haalde het hof nog aan dat de schadevergoeding ook gematigd kan worden als er sprake is van een ‘gering financieel belang’. En ook als belanghebbenden samen een procedure voeren.

Gering financieel belang bij zaken

Een ‘gering financieel belang’ wil in belastingprocedures zeggen dat de belastingplichtige minder dan € 15 moet betalen aan de fiscus. Aangezien het in sommige zaken om het vaststellen van een verliesbeschikking ging, was betaling niet aan de orde. En omdat de echtgenoten de procedure samen hadden gevoerd, hadden zij volgens het hof ‘de voor- en nadelen van deze procedure kunnen delen’. Bovendien mocht er volgens het hof best gerekend worden met een iets langere redelijke termijn, gezien ‘de niet altijd even heldere verwoording’ van de standpunten van het echtpaar, wat het proces ook niet echt versnelde. Al met al stelde het hof de schadevergoeding op € 10.000 voor elk van beide echtgenoten.
Gerechtshof Den Haag, 25 juni 2019 (publicatiedatum 23 juli 2019), ECLI (verkort): 1946