Aansprakelijkheid voor belastingschuld blijft staan

Een ondernemer die via de rechter de aansprakelijkheid voor een BTW-schuld van zich af probeerde te schudden heeft nul op het rekest gekregen. Het gerechtshof was niet gevoelig voor het argument dat hij was uitgeschreven als vennoot van een onderneming toen de naheffingsaanslag op de mat plofte.

12 mei 2020 | Door redactie

Als een onderneming voor de inkomstenbelasting rekeningen voor BTW (toolbox) en loonheffingen onbetaald laat, kan de Belastingdienst deze schulden altijd bij de ondernemers zelf halen. In dit geval ging het om een vennootschap onder firma (vof), waarbij de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor belastingschulden.

BTW suppletieaangifte blijft onbetaald

De vennoot in deze zaak was aansprakelijk gesteld voor een bedrag van bijna € 42.000. De vof had over het eerste kwartaal van 2016 eerst een BTW-aangifte ingediend die een teruggave van een kleine € 158.000 opleverde. Later volgde er een correctie (suppletieaangifte) waardoor de vof over dat kwartaal nog ruim € 59.600 moest betalen. Die som bleef onbetaald, en daarom volgde er in juli 2016 een naheffingsaanslag. Uiteindelijk stelde de Belastingdienst de vennoten aansprakelijk voor de openstaande belastingschuld.
De vennoot voerde aan dat hij zich met terugwerkende kracht tot 31 mei 2016 had laten uitschrijven als vennoot in het Handelsregister. Maar de rechtbank en ook het hof hechtten daar weinig waarde aan, omdat de schuld was ontstaan in een tijdvak dat de man in elk geval wél vennoot was. Ook leidde het hof uit het verhaal van de Belastingdienst af dat de man zich ook na 31 mei nog als vennoot gedroeg. Zo stond zijn naam op de suppletieaangifte, en werd medio juni de BTW-teruggave nog op zijn privérekening gestort.

Aansprakelijkstelling blijft overeind

Om aansprakelijkheid af te weren zou de man moeten bewijzen dat het niet aan hem te wijten was dat de BTW niet was betaald. Daar was de ondernemer niet in geslaagd, oordeelde het hof. Daarbij speelde een rol dat hij betrokken was bij de suppletieaangifte en dus had moeten weten dat de vof eerder te veel geld had teruggekregen. Het geld had hij niet gereserveerd om terug te betalen aan de fiscus, maar onder meer overgemaakt aan zijn eenmanszaak en andere vennootschappen. Genoeg reden volgens het hof om de aansprakelijkstelling overeind te houden.
Gerechtshof Den Haag, 21 april 2020, ECLI (verkort): 873

Bijlagen bij dit bericht

Aandachtspunten voor de BTW-aangifte
E-learning | VideoCollege 12 minuten
Factuurvereisten BTW
Infographic
BTW-aangifte checken
Tools | Checklists