Algemene Rekenkamer wil scherpere handhaving MOSS-regeling

De Algemene Rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre de Belastingdienst sinds 2015 heeft gehandhaafd op de naleving van de BTW-verplichtingen door ondernemingen die van de Mini-One-Stop-Shop-regeling (MOSS-regeling) gebruikmaken. De conclusie van dit onderzoek is dat de handhaving door de Belastingdienst gebreken vertoont en aangescherpt moet worden.

14 december 2018 | Door redactie

De MOSS-regeling houdt in dat een onderneming in de eigen lidstaat aangifte doet zodra deze in verschillende lidstaten van de Europese Unie (EU) telecommunicatiediensten levert. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de levering van software, filmpjes, foto’s, e-books, hosting of trainingen via internet. Dit aangeven in het land van herkomst was een vrij ingewikkeld en tijdrovend proces.  Sinds 2015 kunnen ondernemingen hiervoor terecht bij één loket:  de MOSS-regeling. Via deze regeling verloopt het aangifteproces van de BTW (tool) namelijk via de Nederlandse Belastingdienst. De fiscus regelt dan de aangifte en betaling in de andere EU-landen.  Er is een aparte regeling voor klanten die afkomstig zijn uit landen buiten de EU.

Tekortkomingen in handhaving Belastingdienst op MOSS-regeling

Uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat er tekortkomingen zijn. Zo is tot begin 2018 niet gekeken of de BTW-aangifte van ondernemingen ook klopten met hun betalingen. En nu die controle wel plaatsvindt, moet die nog grotendeels handmatig worden uitgevoerd. De Rekenkamer adviseert de staatssecretaris van Financiën daarom het MOSS-systeem te versterken, signalen uit te wisselen met andere lidstaten van de EU, risicoanalyses te maken en onderzoek op internet te doen om ontduiking op te sporen. Ook moet de samenwerking met de Belastingdiensten in de andere lidstaten worden verbeterd. De staatssecretaris heeft in een reactie op het rapport (pdf) van de Algemene Rekenkamer laten weten dat de aanbevelingen zullen worden overgenomen.