Apart verzoek voor teruggaaf van BTW

Heeft u te maken met een oninbare vordering, dan kunt u de BTW op deze vordering terugvragen bij de Belastingdienst. Voor het terugvragen van deze BTW moet u een apart verzoek indienen. U kunt de terugvraag niet meenemen in de reguliere BTW-aangifte. Gerechtshof Amsterdam heeft dat recent benadrukt.

8 mei 2013 | Door redactie

U moet de BTW op verstuurde facturen direct afdragen aan de Belastingdienst. Het is in principe niet mogelijk om te wachten tot de factuur betaald is. Blijkt een vordering achteraf oninbaar, dan kunt u de BTW op die factuur terugvragen bij de fiscus. Vóór 2005 kon u dat zowel doen via de reguliere BTW-aangifte als via een apart verzoek aan uw lokale belastingkantoor. In de elektronische BTW-aangifte is het echter niet meer mogelijk om de teruggaaf bij oninbare vorderingen in de aangifte te verwerken. 

De wet is duidelijk over de teruggaaf

In deze zaak probeerde een accountants- en belastingadvieskantoor toch de teruggaaf in de BTW-aangifte over januari te verwerken. Het kantoor bracht daarvoor € 9.000 extra aan voorbelasting in aftrek. In de elektronische aangifte was namelijk geen veld meer om de oninbare vorderingen aan te geven. Het gerechtshof Amsterdam was duidelijk. In de wet stond dat er een apart verzoek noodzakelijk was voor de teruggaaf van BTW bij oninbare vorderingen. Het verwerken in de aangifte was dus geen optie. De fiscus kreeg dus gelijk.
Gerechtshof Amsterdam, 4 april 2013, LJN: BZ7222