BTW-correcties 2017 vóór 1 april 2018 digitaal doorgeven

Als een ondernemer te weinig BTW over 2017 heeft aangegeven, kan hij de betaling van belastingrente voorkomen als hij binnen drie maanden na afloop van het jaar digitaal een suppletieformulier invult. Dit moet dus vóór 1 april 2018 gebeuren.

12 februari 2018 | Door redactie

Een BTW-ondernemer is verplicht om eventuele fouten in de ingediende BTW-aangifte aan de Belastingdienst te melden. Dit kan hij doen door een suppletie-aangifte (tool) in te dienen. Bij te weinig betaalde BTW wordt dan een verzuimboete van 5 % van het BTW-bedrag dat betaald had moeten worden opgelegd. Als het te betalen bedrag echter lager is dan € 20.000 of minder dan 10% van het te betalen BTW-bedrag, volgt geen boete.  De op dat moment in principe ook verschuldigde belastingrente (tool) kan voorkomen worden door vóór 1 april na afloop van het jaar ervoor de suppletie in te dienen. Voor het jaar 2017 moet deze aangifte dus voor 1 april 2018 zijn ingediend. Op het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst is het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’ te vinden.

Correcties < € 1.000 in eerstvolgende aangifte  

Bij een latere correctie dan 1 april 2018 brengt de fiscus wel belastingrente over het te betalen bedrag in rekening.  Heeft de ondernemer te veel BTW betaald, dan ontvangt hij een teruggaafbeschikking en stort de fiscus het bedrag terug. Gaat het om correcties van € 1.000 of minder, dan hoeft de ondernemer geen suppletie in te dienen. Hij mag de correcties dan verwerken in de eerstvolgende aangifte. De fiscus neemt  de correcties dan mee in de reguliere aangifteprocedure. 

Suppletie-aangifte kan alleen nog digitaal

Vanaf 1 januari 2018 kunnen ondernemers een correctie op de BTW-aangifte alleen nog maar digitaal doorgeven. Dit moet dan of via de site van de Belastingdienst of met de eigen software of via de adviseur gedaan worden.