Buitenlandse BTW van 2017 voor 1 oktober 2018 terugvragen

De BTW die een ondernemer in een andere lidstaat van de Europese Unie (EU) in 2017 heeft betaald moet hij vóór 1 oktober 2018 terugvragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Als dit niet op tijd gedaan wordt, is de kans groot dat de andere EU-lidstaat het verzoek niet in behandeling neemt.

6 september 2018 | Door redactie

De in een ander EU-land betaalde BTW over 2017 mag een ondernemer niet in aftrek brengen in zijn BTW-aangifte (tool) Deze BTW kan echter hij echter terugvragen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Zijn onderneming moet in Nederland zijn gevestigd.
  • Hij heeft in het EU-land waar hij BTW terugvraagt, geen BTW-aangifte gedaan.
  • Hij gebruikt de goederen en diensten voor met BTW belaste bedrijfsactiviteiten.

Om de BTW over 2017 terug te krijgen moet de ondernemer vóór 1 oktober 2018 een verzoek tot teruggaaf indienen bij de Nederlandse Belastingdienst, via een speciale internetsite.

Drempelbedrag van toepassing

In het document Vereisten en toelichting bij verzoek om teruggaaf btw uit andere EU-landen (pdf) is per land aangegeven welke bijlagen er bij het verzoek meegestuurd moeten worden. Het meesturen van facturen en subgoederencodes behoort bij een aantal landen tot de verplichte voorwaarden.  
Op ieder teruggaafverzoekis een drempelbedrag van toepassing. Het drempelbedrag is afhankelijk van het moment van indienen. Verzoeken om de teruggaaf van buitenlandse BTW die is betaald in het kalenderjaar 2017, accepteert de Belastingdienst als het BTW-bedrag ten minste € 50 is. Verzoeken gedurende het kalenderjaar 2018, kunnen drie maanden na de factuurdatum worden ingediend. Het BTW-bedrag moet dan minimaal € 400 zijn. Bij lagere bedragen kan de BTW alleen in het EU-land waarin de BTW is betaald worden teruggevraagd. Dit EU-land beslist dan over het teruggaafverzoek.