Bv loopt BTW-aftrek voor kosten rechtszaak dga mis

Een onderneming die advocaten inhuurt voor meerdere rechtszaken doet er goed aan om duidelijk vast te leggen welke kosten voor welke zaak zijn. Uit een onlangs gepubliceerde uitspraak blijkt namelijk dat de inspecteur anders aftrek van de kosten deels mag weigeren.

14 mei 2018 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een groothandel in technische apparaten en toebehoren. De bv maakte tussen 2010 en 2014 juridische kosten voor een zaak over correcties in de vennootschapsbelasting (VPB). De BTW op die advocaatnota’s trok de bv als voorbelasting af van de eigen BTW, en dat leidde tot een belastingteruggave.

Inspecteur weigert deel BTW-aftrek

Na boekenonderzoek concludeerde de inspecteur dat de aftrek niet door de beugel kon. Een deel van de juridische kosten was namelijk gemaakt voor een procedure over inkomstenbelasting voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) van de bv, en niet voor de bv zelf. De inspecteur weigerde daarom de aftrek voor 30% van de kosten. De onderneming kreeg daarom een naheffingsaanslag (tool) voor de BTW van – na bezwaar – ruim € 5.000 aan de broek.
Volgens de bv was het percentage aan geweigerde aftrek veel te hoog. De procedure van de bv over de VPB was leidend, de rechtszaak van de dga was meer ‘bijvangst’. De advocaten hadden voor de dga-zaak ook niet meer hoeven doen dan het kopiëren van de stukken uit de bv-zaak, zo betoogde de bv. En er waren ook niet apart kosten voor in rekening gebracht of uren voor bijgehouden.

Afspraken met advocatenkantoor ontbreken

Maar de rechtbank en ook het gerechtshof gingen niet mee in die redenatie. Het hof stelde dat de bv aannemelijk had moeten maken dat de opgevoerde advocaatkosten alleen maar met diensten voor de bv te maken hadden. Maar daarover waren geen afspraken gemaakt met het advocatenkantoor en de rechter kon dat ook niet opmaken uit de rekeningen.
De bv voerde aan dat dan eerder 5% van de kosten te maken had met de procedure van de dga. Maar de bv maakte dat percentage niet aannemelijk, vond het hof. De opmerking dat er alleen wat stukken gekopieerd hoefden te worden was daarvoor niet voldoende. Het hof keurde de geweigerde aftrek dus goed en liet de naheffingsaanslag in stand.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 30 maart 2018, ECLI (verkort): 1397

Bijlagen bij dit bericht

Aandachtspunten voor de BTW-aangifte
E-learning | VideoCollege 12 minuten
Factureren met BTW-berekening
E-learning | VideoCollege 24 minuten